Waarom hebben we schapen op de boerderij?

De eerste lammetjes zijn geboren en dat geeft veel gezelligheid op het erf. Maar waarom hebben we op een biologische melkveehouderijbedrijf schapen? We melken ze niet en verkopen geen schapenmelk of schapenkaas.

Waarom houden we schapen?

De schapen hebben we vooral als grasmaaier op de boerderij. Want eerlijk is eerlijk, verdienen aan de wol of het vlees doen we helaas niet. Zeker met een kleine kudde van zo’n 25 schapen zijn de kosten hoog. De verkoop van wol levert niet veel geld op, terwijl wol een prachtproduct is en duurzame kleding oplevert. Kies dan wel voor diervriendelijk, goed geproduceerde wol en zorg goed voor je wollen kleding zodat het lang meegaat.

Ondanks de kosten, de tijd en zorg rondom het aflammeren, houden we schapen aan: een belangrijk voordeel van schapen is hun rol als natuurlijke grasmaaier. Waar koeien het lekkerste gras opeten en soms planten laten staan, zijn schapen minder kieskeurig. Zij eten de restjes gras op die koeien laten staan. Dat betekent dat het grasland goed onderhouden blijft en er ruimte ontstaat voor nieuw, fris gras. Dit verse gras kunnen we later weer gebruiken als wintervoer of voor een volgende weidegang van de koeien op hetzelfde stuk weiland. Zo dragen schapen bij aan een gezond en productief land zonder dat we extra machines hoeven in te zetten. Je zou bijna zeggen: gratis grasmaaiers die het hele jaar buiten lopen!

Nieuwe schapen

We zijn overgegaan naar een ander ras schapen; deze zijn beter in staat om zelf de bevallingen (dat heet aflammeren) goed te doen. Een bijkomend voordeel is dat de vacht zwart-wit is, wat mooiere vachten oplevert voor de kleden van Het Houten Schaap. Want als wij in de zomer de vacht scheren, dan maken zij daar mooie producten van.

Het plezier van lammetjes in de lente

Naast hun praktische nut en mooie vachten zorgen schapen elk voorjaar voor een vrolijk schouwspel. Lammetjes rennen in de avond vaak rondjes door het hok, zo spelen ze samen én het zorgt voor wat warmte voor de nacht.

De lammetjes worden meestal in februari en maart geboren, wanneer het gras begint te groeien en er volop te eten is. Een schaap kan één tot vier lammetjes krijgen, maar gemiddeld zijn het er twee. Soms komt het voor dat een schaap vier lammetjes krijgt; dan moeten we er eentje bijvoeren, een zogenaamd paplammetje.

Op Hoeve Ackerdijk hebben we momenteel zo’n 27 ooien (vrouwtjesschapen) en één ram. De schapen worden in het begin van de zomer geschoren, zodat ze het niet te warm krijgen. Tegen de winter hebben ze alweer een dikke vacht die hen beschermt tegen kou.

Het houden van schapen op de boerderij is dus een combinatie van traditie (vroeger had iedere boer schapen), plezier en praktisch nut. Ze zorgen voor levendigheid in het voorjaar, onderhouden het land en met hun wol kun je de mooiste kleden maken.

Bezoek Hoeve Ackerdijk

Wil je zelf de schapen en eerste lammetjes zien? Op woensdagmiddag en zaterdagochtend kun je een rondje over het erf doen. Daarna kun je de kleden van de schapenvachten in de winkel bekijken. Zelf een workshop diervriendelijke schapenvacht vilten doen? Dat kan Het Houten schaap geeft deze workshops op Hoeve Ackerdijk.

Wat eet een koe?

Een koe eet gras, dat weten mensen die de boerderij bezoeken wel, maar wat eten ze nog meer en proef je dat terug in de melk en in onze kaas? Wat je aan de dieren voert, proef je uiteindelijk terug in de melk en kaas van onze boerderij. Daarom is hun dieet belangrijk. Onze koeien eten vooral gras, puur en simpel, uit onze eigen weides. Zo houden we de kringloop klein.

Het voer: gras, hooi en kuilgras

In de zomer lopen onze koeien lekker buiten en grazen ze vers gras, klaver en kruiden die in het weiland staan. In de winter groeit er geen gras, dus dan moeten de boeren vooruitplannen. Het gras dat we in de zomer maaien, drogen we tot hooi of we maken er kuilgras van. Hooi is gedroogd gras, kuilgras is wat vochtiger en ruikt een beetje zurig door het fermenteren. Door het fermenteren wordt het een voedzaam product voor onze koeien.

Onze koeien krijgen weinig krachtvoer (voer met extra voedingsstoffen), dat kunnen onze Montbéliarde koeien prima aan. Deze koeien zijn van nature wat robuuster en doen het goed op een simpel rantsoen, bovendien past gebruik maken van een kleine kringloop en niet te sturen op zoveel mogelijk melkproductie bij onze keuze voor biologisch boeren.

Wat drinkt een koe?

Een koe drinkt ongeveer 100 liter water op een dag. Als het warm is, willen ze graag wat meer drinken. Ze drinken het water vaak in de stal, vlak voor of na het melken, ook als ze in de wei staan. Ze drinken dan water uit de drinkbakken in de stal. Als de koeien buiten lopen, drinken ze soms uit de sloot. Koeien halen ook vocht uit het gras dat ze eten.

Het jongvee staat soms in een weiland verder van de boerderij, dan zetten we een drinkbak in het weiland.

Biologisch en grondgebonden

Als biologische boer vind ik het belangrijk dat onze koeien vooral eten wat ons land zelf voortbrengt. Toch gaat het niet altijd vanzelf. Soms is de wintervoorraad niet genoeg, wat kan gebeuren als het een keer flink tegenzit met het weer. Als het lange tijd nat weer is geweest en we kunnen niet maaien, of de planning van beweiden en maaien is misgegaan; dan kan het gebeuren dat er onvoldoende wintervoorraad is.

Dan kopen we bijvoorbeeld biologische wortels, kolen of pompoenen in bij die anders zouden worden weggegooid. Dat doe ik liever niet, want ik vind dat mensen dat voedsel eerst zelf moeten kunnen eten, bovendien blijft het zonder extra inkoop financieel overzichtelijk voor ons.

Wat betekent dit voor de melk?

De koeien op onze boerderij geven ongeveer 20 liter melk op een dag. Wat de koeien eten, bepaalt iedere dag opnieuw de smaak en waarde van hun melk. Omdat we op Hoeve Ackerdijk kiezen voor een simpel, natuurlijk dieet voor de koeien, smaakt de melk heerlijk vol en romig. Gezonde koeien, die zelf kunnen kiezen uit het beste van het land, geven volgens mij de lekkerste melk, waar wij ook weer de heerlijkste kazen van kunnen maken. Daar geniet ik en de klanten van de boerderijwinkel elke dag weer van.

De opmars van de rivierkreeft en waarom we ‘m toch niet vangen

Onder het wateroppervlak zit tegenwoordig een onverwachte boosdoener. Geen Jaws, maar een klein krabbelend beestje dat grote schade aanricht: de Amerikaanse rivierkreeft. Deze invasieve rivierkreeft hoort niet in de polder thuis, maar is wel in opmars. En dat merken we op de boerderij, in de sloot én in het extra werk. Toch vangen we ‘m niet.

Rivierkreeften als een niet-duurzame graafmachine

De opmars van de Amerikaanse rivierkreeft zorgt overal waar die zit voor overlast en schade. De kreeften eten veel kleine waterdieren en verknippen waterplanten die voor zuurstof en helder water zorgen. Ze graven soms een meter diep in de slootkant, voor een veilig holletje, zo zakken slootkanten in. Dit alles leidt tot achteruitgang van de waterkwaliteit en de biodiversiteit en tot extra kosten voor baggerwerk en oeverherstel. 

“Dan vang je ze toch gewoon?”

Tja, dat zou je denken. Maar zo makkelijk is het niet. Een boer mag die kreeften niet vangen of verkopen. Wil je het echt goed aanpakken, met fuiken en korven om er veel tegelijkertijd te vangen, dan moet je beroepsvisser zijn. Met een registratie, of werken bij een overheidsinstantie (bijvoorbeeld bij het waterschap).

Voor een registratie moet je kunnen aantonen dat je op 250 hectare viswater mag vissen én dat je er €8.500 per jaar mee verdient.

De € 8.500 per jaar is wel te redden. Stel dat je 10 euro aan een kilo rivierkreeften overhoudt en 40 weken aan de slag gaat. Elke week moet je dan minstens 20 kilo rivierkreeft vangen. Dat zou te doen moeten zijn. Je kunt soms 300 kilo per week vangen en die zou je voor 15 euro verkopen. Er is echter een maar.

Op de boerderij hebben we zo ’n 4 hectare viswater. Ik zou dus met ruim 60 boeren in de regio afspraken moeten maken om een registratie aan te vragen. Dan pas mogen we de fuiken uitzetten.

En de vissers dan?

Er zijn beroepsvissers die rivierkreeft vangen en verkopen. Gelukkig maar, dat helpt ze om ze een beetje in toom te houden. Maar, die hebben geen tijd om bij alle boerderijen vissen te vangen. Bovendien willen zij (met hun verdienmodel) niet van alle kreeften af, er moet nog genoeg kreeft gevangen kunnen worden om €8.500 per jaar te verdienen.

Daarnaast weten vissers ook: met fuiken vang je vooral de grote exemplaren rivierkreeften. De kleintjes planten zich in hun afwezigheid, nog makkelijker voort.

Je snapt: dat is dus ook geen oplossing op lange termijn om van de rivierkreeften af te komen. Wel kunnen vissers helpen met beheersen van de stand en dat is wellicht het verste dat we kunnen komen. We zullen met rivierkreeften moeten leren leven.

Wat wél werkt tegen rivierkreeften (of tenminste een beetje)

Als je de schade wilt beperken, dan heeft het geen zin om te werken aan de bestrijden, dat is symptoombestrijding. Je kunt beter de woonomgeving zo veranderen zodat ze niet willen blijven. De acties zijn dan:

  • Natuurvriendelijke oevers, zodat ze moeilijker in de oevers kunnen graven. Een natuurvriendelijke oever loopt geleidelijk af van het land naar het water, met veel waterplanten.
  • Natuurlijke vijanden introduceren zoals de snoek en paling. Zij eten de kleinere kreeften op waarvan de schaal nog niet hard is. Studies laten zien dat dit nog niet in elk grondgebied even goed werkt.
  • Regelmatig afvangen, we vangen dan de grote exemplaren. Liefst met een fuik, maar zolang we geen beroepsvisser zijn, kan dit heel beperkt met hengels en schepnetjes. We eten ze dan zelf op of doden de kreeften.

En dan komen we bij het echte probleem: wie gaat dat betalen? De sloot is soms van de boer, soms van het waterschap, soms van de gemeente. Iedereen heeft er belang bij dat er minder kreeften zijn, zodat land en dijken niet worden aangetast en de biodiversiteit weer groter wordt. Een goed plan met een budget is er echter niet.

Het zou ook fijn zijn als we, als eigenaar van het land, zelf met fuiken de rivierkreeften mogen afvangen. Ondertussen experimenteren wij er op los, met wilgen in het water, af en toe zelf vangen en wellicht zullen we de oevers veranderen met planten. We zijn daarin niet alleen, verschillende partijen zoals het Hoogheemraadschap Delfland onderzoeken manieren om oevers minder aantrekkelijk te maken voor kreeften.

Wat kun jij doen? Zet rivierkreeft op je menu!

Gelukkig sta je als consument niet helemaal machteloos. Koop rivierkreeft uit Nederland – geen ingevlogen diepvriesexemplaren uit China of Spanje. Aanbieders van Nederlandse rivierkreeft:

  • Jan de Waard Visserij – Crawfish Boil met gevangen rivierkreeft door beroepsvisser Jan zelf
  • Schmidt Zeevis – wilde rivierkreeft gevangen in Het Groene Hart
  • CFFH – levend én ingevroren, gevangen in oa. Woerden/Zegveld

🎥 Wil je meer weten over de rivierkreeft? In deze aflevering van SchoolTV (vanaf 13:35) leer je meer over deze invasieve exoot.

Zou jij verse rivierkreeft kopen bij een boer die ze gevangen heeft? Laat het weten.
Misschien kunnen we samen met vissers of als collectief met diverse boeren aan de slag.

De koe lijkt een beetje op de mens, een beetje op andere dieren, maar is vooral haarzelf

De koe is een bijzonder dier. Ze zijn soms net mensen en soms juist helemaal niet. Ze kunnen beter horen en ruiken dan een hond, maar weer geen diepte zien door de ogen aan de zijkant van hun kop.

Deze zomer deelt boer Bas, boer én oud-maatschappijleraar, elke week iets over verschillende lichaamsdelen van de koe. Want wie de koe beter leert kennen, kijkt ook anders naar haar melk, kaas en het boerenleven. We zijn nu halverwege deze serie en tijd voor een tussenstand: wat heeft een koe nu gemeen met andere dieren en de mens?

Koeien – net een mens…

De koe en de mens lijken meer op elkaar dan je zou denken. Net als een zwangerschap bij mensen, duurt de dracht van de koe ongeveer negen maanden. Ook vanbinnen zijn er verdere overeenkomsten; een koe heeft net als wij, een hart en twee longen en een skelet met knieën, ribben, een heup en schouders. Alleen is alles bij een koe een slagje groter.

Koeien zijn ook net zo goed in het vormen van vriendschappen. In een koppel koeien (dat is een groep of kudde koeien) ontstaan duidelijke sociale verbanden. Ze hebben voorkeuren voor welke andere er naast hen in de stal staat en herkennen mensen aan hun gezicht of stem.

Koeien vinden ritme en routine prettig, net als de kinderen op het kdv. Verander je iets in hun dag, voer je bijvoorbeeld op een ander moment of komt er een vreemde in de stal of melkput dan merk je het direct aan hun gedrag.

..of is de koe toch meer een ander dier?

Aan de buitenkant zie je al snel dat de lichaamsdelen van een koe handige fucncties hebben die andere dieren ook hebben en mensen juist absoluut niet.

Neem bijvoorbeeld de oren. Die kunnen onafhankelijk van elkaar draaien – net als bij een paard. Zo vangt een koe geluiden van meerdere kanten tegelijk op. En op warme dagen stroomt er extra bloed door de oren om warmte kwijt te raken, zoals bij konijnen.

De ogen zitten aan de zijkant van de kop, net als bij veel prooidieren. Zo kan een koe bijna helemaal om zich heen kijken, zonder haar hoofd te draaien. Alleen direct voor haar neus en achter haar kont zit een blinde vlek. Die slechte diepte-inschatting betekent dat een koe soms aarzelt voor een plas of een opstapje, want ze ziet simpelweg niet hoe diep het is.

De vacht dan: net als bij honden wisselen koeien van zomer- naar winterjas. Alleen doen ze dat langzaam, en niet in één keer. In de winter is de vacht wolliger, in de zomer glad en kort. Losse haren raken ze kwijt door langs een boom te schuren of in de stal onder een borstel te gaan staan.

En de hoorns? In de natuur zijn die bedoeld voor verdediging, rangorde en temperatuurregeling – vergelijkbaar met geiten of antilopen. Bij melkkoeien groeien die hoorns meestal niet, omdat ze op jonge leeftijd behandeld worden. Dat is veiliger in de stal, waar ze dicht op elkaar leven. Maar van nature horen hoorns er gewoon bij.

Een koe is lekker haarzelf

Een paar lichaamsdelen zijn ‘typisch koe’. Dingen die je bij mensen of andere dieren niet of nauwelijks ziet.

De tong, bijvoorbeeld. Die is ruw, enorm sterk en wel 30 cm lang. Een koe gebruikt haar tong als grijparm om gras te pakken, haar neus schoon te likken en zelfs haar eigen rug te bereiken. En nee, dat kunnen wij mensen niet.

Koeien hebben een neus die altijd een beetje vochtig is. Niet alleen omdat dat fris staat, maar omdat het helpt bij het opvangen van geuren. Ze ruiken beter dan honden. Ja, echt. Alleen zijn ze wat groot voor op Schiphol bij de douane in te zetten. Ze likken hun eigen neus om hem nat en schoon te houden. En daarmee ‘proeven’ ze de lucht. Ziet er een beetje uit alsof ze in hun neus peuteren, maar ze halen niet als mensen daarmee snotjes uit hun neus.

En hun vlekken? Geen enkele koe is hetzelfde. De vlekken zijn als vingerafdrukken, uniek per dier. Onder de zwarte vlekken is de huid zwart, onder de witte is die roze. De vlekken helpen de koe tegen vliegen en de boer om de koeien uit elkaar te houden.

🧠 Feitjes om thuis of in de klas mee te scoren:

  • Koeien kunnen kilometers ver ruiken
  • Hun ogen kunnen ’s nachts beter zien dan die van ons
  • De tong van een koe kan 30 cm lang worden
  • Onder witte vlekken is de huid roze, onder zwarte vlekken zwart
  • Een koe heeft géén boven-snijtanden, maar een harde kaakplaat
  • Koeien kunnen met hun tong hun eigen neus én rug likken

Deze lichaamsdelen van een koe komen nog aan bod

We zijn nog niet klaar! De komende weken gaan we verder met de andere lichaamsdelen van een koe:

  • De uier – hoe verandert gras in melk?
  • De poten en hoeven – zitten de achterpoten van een koe nou achterstevoren?
  • De magen van een koe – door deze post weet je daar al wat van af;
  • En we eindigen met de staart – handig tegen vliegen én een goede stemmingsmeter.

En daarna? Dan kun je je kennis tegen met een quiz om te kijken wat je allemaal hebt opgestoken deze zomer over de koe en of we dit goed hebben uitgelegd. We horen graag in de comments wat je van deze zomer-vakantie-serie vindt.

Onze biologische aanpak tegen ongedierte op de boerderij

Op onze boerderij maken gebruik van biologische ongediertebestrijding. Zo zorgen we ervoor dat het voedsel van de koeien ook daadwerkelijk door de koeien opgegeten kan worden. Daarnaast kunnen plaagdieren ziektes veroorzaken, wat we natuurlijk willen voorkomen.

We maken gebruik van een biologisch bestrijdingsplan van APC dat bestaat uit drie schillen rondom de boerderij.

Waarom biologische ongediertebestrijding?

Op een boerderij ligt altijd veel voer, wat ongedierte aantrekt. In de zomer werken we aan een voervoorraad voor de winter (hooi en kuilgras) en er liggen ook regelmatig biologische wortels, pompoenen of kroten op het erf. Dat voer trekt plaagdieren zoals ratten aan en die hebben we liever niet.

Plaagdieren eten een deel van het voer op. Als ze een gaatje in het plastic van het kuilgras maken, komt er lucht bij het kuilgras en is het geen goed wintervoer voor de koeien meer. Nog belangrijker is; plaagdieren kunnen ziektes voor de dieren en mensen overbrengen.

In de biologische landbouw werken we aan een gezond ecosysteem, daarom gebruiken we geen chemische bestrijdingsmiddelen. Als een knaagdier gedood is door gif en dan ergens blijft liggen, komt het gif in het ecosysteem terecht. Er zijn gelukkig natuurlijke én effectieve manieren om ongedierte van de boerderij te houden.

Biologische ongediertebestrijding op de boerderij

Stap 1 is het voorkomen van ongedierte, daarom houden we het erf van Hoeve Ackerdijk zo netjes mogelijk. Het voer wordt afgedekt en op vaste plekken gelegd, zodat het voer niet verspreid raakt.

Daarnaast maken we gebruik van een biologisch bestrijdingsplan van APC. Dit plan omvat verschillende maatregelen die roofvogels aantrekken, waardoor het aantal plaagdieren op een natuurlijke manier wordt verminderd.

APC maakt voor elk bedrijf een passend biologisch bestrijdingsplan. Zo ligt Hoeve Ackerdijk op een terp dat grotendeels omringd is door water. We weten dat ongedierte voornamelijk via land het erf opkomt, dus we richten ons vooral op het beschermen van deze toegangswegen.

Onze aanpak tegen ongedierte bestaat uit drie schillen die we rondom de boerderij creëren.

1. Buitenste schil

In de buitenste schil zaaien we verschillende soorten gras en kruiden. We kiezen grassoorten waar plaagdieren niet van houden, zoals helmgras. Ook zaaien we kruiden met geurtjes die plaagdieren afschrikken.

Bovendien trekken deze kruiden insecten aan, die op hun beurt weer een smakelijke maaltijd zijn voor vogels. Deze vogels trekken op hun beurt weer roofvogels aan die jagen op muizen en ratten.

2. Tweede schil

De tweede schil van ons bestrijdingsplan bestaat uit vogelkastjes. Deze bieden een veilig thuis aan natuurlijke vijanden van plaagdieren. De vogels schrikken ongedierte af en zorgen ervoor dat het aantal beperkt blijft, mochten ze langs de eerste schil weten te komen.

3. Binnenste schil

Als een rat of muis onverhoopt langs de eerste twee schillen komt, hebben we nog de laatste verdedigingslinie: geurkokers met aantrekkelijke geurtjes voor ongedierte. Deze kokers, samen met CO2-vallen, trekken ongedierte aan, vangen ze en brengen ze tot stilstand (met een hamer).

Wil je meer weten? Bekijk deze video waarin de mensen van APC zelf hun biologische bestrijdingsplan uitleggen.

Kom langs en ontdek het zelf!

Nu weet je waarom we vogelkastjes op de boerderij hebben en hoe we op een duurzame manier samenwerken met de natuur om ons voedsel voor de koeien te beschermen. We nodigen je uit om een bezoek te brengen aan onze boerderij en zelf te zien hoe we ons inzetten voor een gezonde en natuurlijke omgeving.

Aafke 336 en Kootje 78 – Even voorstellen

We vertellen op open dagen en op rondleidingen graag over onze boerderij. De koeien die voor de melk van onze producten zorgen stellen we niet altijd voor. Daarom vullen we de reeks ‘Even Voorstellen’ weer aan. Dit keer zijn de twee koeien die we voorstellen, Aafke 336 en Kootje 78.

8535 – Aafke 336

Net zoals Grietje 186 heeft Aafke 336 (foto rechts) ook een truukje geleerd. Ze kan de deuren van de melkput niet openkrijgen; wel kan ze aan de touwtjes in de melkput trekken. Handig, want zo komt er voer (biks) in de voerbakken.

Ze heeft een goede samenwerking met Grietje, die aan de deur aan het pielen is tot deze open is. Vervolgens stormt Aafke er achteraan om zichzelf eens lekker veel eten te geven. 

Een beetje teveel biks op 1 dag is niet zo’n probleem, maar als een koe zich echt vol eet dan komt er een soort plak pap in de pens zonder ‘structuur’ voer zoals hooi. Deze plak kunnen koeien niet verteren en ze kunnen er dan flink ziek van worden. Het lijkt dus niet zo erg, maar we letten wel streng op dat het niet gebeurd.

8884 – Kootje 78

Kootje 78 (foto links) komt uit een familielijn die het bij ons op Hoeve Ackerdijk goed doet. Haar moeder (8711) en oma (8306) lopen ook nog steeds op het erf. Deze nummers zijn het werknummer van de koeien (een soort verkort BSN). De 78 van Kootje betekent dat ze de 78e koe is uit de “Kootje” familie op Hoeve Ackerdijk. 

Kootje 78 een mix van Montbeliard en Holstein, zoals de meeste van onze koeien. Holstein koeien geven veel melk, maar hebben ook veel en hoogwaardig voer nodig om dat te doen. Dat lukt op een biologisch bedrijf simpelweg niet, daarom hebben wij ook veel Montbeliard koeien. Die geven weliswaar wat minder liters melk – maar dan wel met een hoger eiwit en vet percentage – maar het voordeel is vooral dat deze koeien het goed doen op een rantsoen van bijna uitsluitend gras. De Montbeliard koeien zijn wat robuuster en leven langer. We hopen dus nog lang met Kootje aan de slag te kunnen.

Aafke of Kootje ontmoeten?

Een rondleiding met een kleine groep is mogelijk. U kunt contact opnemen met Bas via bas @ hoeveackerdijk.nl. Ook thuis kunnen we u koeien voorstelen via de blog. Lees bijvoorbeeld over Grietje, Irene en Aafke 351.

Project Erfverwaarding

Samen met twee collega boeren hebben we enige tijd geleden het project opgezet om de korte keten op onze erven een kickstart te geven. Het idee om met een mobiele zuivelinstallatie de eigen afzet van onze melk verder te ontwikkelen, en hierbij de kosten te delen. Hij kan namelijk rijden en op onze drie erven dienstdoen.

Dit bleek een lastig traject om op poten te zetten, onder andere omdat regelgeving niet goed toepasbaar is op nieuwe mobiele systemen. Bovendien bleek het niet haalbaar om met één productie ruimte, weliswaar op wielen, op verschillende locaties ook nog verschillende soorten zuivel te maken. Vandaar dat we hebben besloten dat ieder op zijn eigen erf aan de slag zou gaan met de productie van zuivel, en de route die ons voedsel aflegt van “boer naar bord” te verkorten.

Dit project werd mede mogelijk gemaakt met steun uit het ELFPO

Europees Landbouwfonds voor Plattelandsontwikkeling: Europa investeert in zijn platteland

Aafke 351 – Even voorstellen

We vertellen graag over onze boerderij en laten ook zien wat we doen. Maar we stellen onze ‘medewerkers vaak niet voor. Daarom deze reeks waarin we onze koeien aan u voorstellen. Want over iedere koe valt wel iets te vertellen. Vandaag: Aafke 351.

koe Aafke 351

8996 – Aafke “Betty” 351

Aafke was als kalf een twijfelgeval. Ze heeft een goed presterende moeder, maar die kregen we niet gemakkelijk drachtig. Dus kozen we een stier met betere vruchtbaarheidscijfers, zodat de moeder makkelijker drachtig zou kunnen worden.

Wanneer er zulke kalfjes geboren worden, gaan deze vaak naar een kalvenfokkerij, omdat het meestal geen geweldige melkkoeien worden. 

Maar, Aafke zag er wel heel schattig uit met haar egaal donkere vacht en bruine streep op de rug. Dus we namen de gok, want soms is dat ook gewoon leuk.

En Betty (naar het liedje “Black Betty” van Ram Jam, zoals boer Bas haar altijd noemt) is nu bijna 3 jaar oud, geeft prima melk in haar 1e lactatie periode en mag gewoon blijven.

Haar donkere vacht komt omdat ze voor 25 % van het ras “Brown Swiss” is, de rest is een mix van Montbeliard en Holstein.

Eerdere koeien in deze reeks zijn Grietje 186 en Irene 203 – de baas.

Aafke ontmoeten?

Een rondleiding met een kleine groep is mogelijk. U kunt contact opnemen met Bas via bas @ hoeveackerdijk.nl

Irene 203 – Even voorstellen

We vertellen graag over onze boerderij en laten ook zien wat we doen. Maar we stellen onze ‘medewerkers vaak niet voor. Daarom deze reeks waarin we onze koeien aan u voorstellen. En over iedere koe valt wel wat te vertellen. Vandaag: Irene 203.

8872 – ‘De baas’

Dit is Irene 203, ofwel de 203e uit de “Irene” familie van Hoeve Ackerdijk. Irene is de achternaam, het nummer de voornaam, en 8872 is het werknummer (of het verkorte BSN nummer van de koe, dat iedere koe in Nederland heeft). Sinds Irene 001 zijn er dus een heleboel kalfjes geboren, waarbij enkel de dames een naam krijgen, de stiertjes enkel een werknummer.

Deze Irene heeft als bijnaam ‘de baas’ gekregen, omdat ze nogal bazig is. In iedere koppel (groep) koeien is een hierarchie en per ~40 koeien is er eentje de baas. Deze staat als eerste in de melkput, zoekt het lekkerste voer uit (lees: duwt de rest weg tot ze er staat) en loopt als een van de eerste naar buiten en ook weer naar huis. De rest volgt.

Dit proces gaat niet altijd vriendelijk, er gaat nogal wat geboks aan vooraf. Zo ook bij deze dame. We waren vergeten haar als kalf te onthoornen, dus toen ze als vaars (zo heet een koe nadat ze haar eerste kalf heeft gehad) bij de koeien kwam, had ze een voordeel: als enige koe had ze hoorns. Ze stond iedere koe te pesten en dat gaf weer onrust bij de rest.

Dus toen hebben we met de veearts de hoorns weggezaagd, en twee dagen later stond ze weer onderaan de hiërarchie. Iedere koe waar ze langs liep gaf haar een paar tikken, om haar terug te pakken leek het wel. Dat was twee jaar geleden en nu staat ze toch vooraan in de koppel. Zonder hoorns, maar met karakter. Verder is ze heel lief hoor.

Eerdere koeien in deze reeks zijn Grietje 186.

Grietje 186 – Even voorstellen

We vertellen graag over onze boerderij en laten ook zien wat we doen. Maar we hebben onze ‘medewerkers’ nog niet voorgesteld. Dus bij deze; het begin van de reeks waarin we onze koeien aan u voorstellen. En over iedere koe valt wel wat te vertellen. Vandaag: Grietje 186.

8515 – Grietje 186

Dit is Grietje 186. Deze dame gaat al tien jaar mee op ons bedrijf. Ze heeft nog niet de bijnaam ‘oma’ gekregen, want er zijn nog wel tien oudere koeien op het erf. Toch valt er wel wat te vertellen, want Grietje is nogal een ondeugende koe.

Ze krijgt namelijk de deuren van de melkput open. Koeien hebben, vooral in de winter als ze op stal staan, veel tijd om de boel eens goed te bekijken en wat dingen uit te zoeken. En ze weet, “als die deur opengaat dan word ik gemolken”. Maar vooral: “als die deur opengaat dan krijg ik biks”. Ze heeft zichzelf dus ‘ge-Pavlovd’ en doet nu te pas en te onpas de deuren van de melkput open.

Op zich is dat niet erg tijdens het melken, want dan staat er toch al een rij. Maar ’s nachts als wij niet in de stal zijn, moeten de deuren nu dus op slot, omdat we anders de volgende ochtend binnenkomen met een melkput vol koeien die onrustig staan te wachten. En er meestal ook een bende van hebben gemaakt.