Waarom hebben we schapen op de boerderij?

De eerste lammetjes zijn geboren en dat geeft veel gezelligheid op het erf. Maar waarom hebben we op een biologische melkveehouderijbedrijf schapen? We melken ze niet en verkopen geen schapenmelk of schapenkaas.

Waarom houden we schapen?

De schapen hebben we vooral als grasmaaier op de boerderij. Want eerlijk is eerlijk, verdienen aan de wol of het vlees doen we helaas niet. Zeker met een kleine kudde van zo’n 25 schapen zijn de kosten hoog. De verkoop van wol levert niet veel geld op, terwijl wol een prachtproduct is en duurzame kleding oplevert. Kies dan wel voor diervriendelijk, goed geproduceerde wol en zorg goed voor je wollen kleding zodat het lang meegaat.

Ondanks de kosten, de tijd en zorg rondom het aflammeren, houden we schapen aan: een belangrijk voordeel van schapen is hun rol als natuurlijke grasmaaier. Waar koeien het lekkerste gras opeten en soms planten laten staan, zijn schapen minder kieskeurig. Zij eten de restjes gras op die koeien laten staan. Dat betekent dat het grasland goed onderhouden blijft en er ruimte ontstaat voor nieuw, fris gras. Dit verse gras kunnen we later weer gebruiken als wintervoer of voor een volgende weidegang van de koeien op hetzelfde stuk weiland. Zo dragen schapen bij aan een gezond en productief land zonder dat we extra machines hoeven in te zetten. Je zou bijna zeggen: gratis grasmaaiers die het hele jaar buiten lopen!

Nieuwe schapen

We zijn overgegaan naar een ander ras schapen; deze zijn beter in staat om zelf de bevallingen (dat heet aflammeren) goed te doen. Een bijkomend voordeel is dat de vacht zwart-wit is, wat mooiere vachten oplevert voor de kleden van Het Houten Schaap. Want als wij in de zomer de vacht scheren, dan maken zij daar mooie producten van.

Het plezier van lammetjes in de lente

Naast hun praktische nut en mooie vachten zorgen schapen elk voorjaar voor een vrolijk schouwspel. Lammetjes rennen in de avond vaak rondjes door het hok, zo spelen ze samen én het zorgt voor wat warmte voor de nacht.

De lammetjes worden meestal in februari en maart geboren, wanneer het gras begint te groeien en er volop te eten is. Een schaap kan één tot vier lammetjes krijgen, maar gemiddeld zijn het er twee. Soms komt het voor dat een schaap vier lammetjes krijgt; dan moeten we er eentje bijvoeren, een zogenaamd paplammetje.

Op Hoeve Ackerdijk hebben we momenteel zo’n 27 ooien (vrouwtjesschapen) en één ram. De schapen worden in het begin van de zomer geschoren, zodat ze het niet te warm krijgen. Tegen de winter hebben ze alweer een dikke vacht die hen beschermt tegen kou.

Het houden van schapen op de boerderij is dus een combinatie van traditie (vroeger had iedere boer schapen), plezier en praktisch nut. Ze zorgen voor levendigheid in het voorjaar, onderhouden het land en met hun wol kun je de mooiste kleden maken.

Bezoek Hoeve Ackerdijk

Wil je zelf de schapen en eerste lammetjes zien? Op woensdagmiddag en zaterdagochtend kun je een rondje over het erf doen. Daarna kun je de kleden van de schapenvachten in de winkel bekijken. Zelf een workshop diervriendelijke schapenvacht vilten doen? Dat kan Het Houten schaap geeft deze workshops op Hoeve Ackerdijk.

De opmars van de rivierkreeft en waarom we ‘m toch niet vangen

Onder het wateroppervlak zit tegenwoordig een onverwachte boosdoener. Geen Jaws, maar een klein krabbelend beestje dat grote schade aanricht: de Amerikaanse rivierkreeft. Deze invasieve rivierkreeft hoort niet in de polder thuis, maar is wel in opmars. En dat merken we op de boerderij, in de sloot én in het extra werk. Toch vangen we ‘m niet.

Rivierkreeften als een niet-duurzame graafmachine

De opmars van de Amerikaanse rivierkreeft zorgt overal waar die zit voor overlast en schade. De kreeften eten veel kleine waterdieren en verknippen waterplanten die voor zuurstof en helder water zorgen. Ze graven soms een meter diep in de slootkant, voor een veilig holletje, zo zakken slootkanten in. Dit alles leidt tot achteruitgang van de waterkwaliteit en de biodiversiteit en tot extra kosten voor baggerwerk en oeverherstel. 

“Dan vang je ze toch gewoon?”

Tja, dat zou je denken. Maar zo makkelijk is het niet. Een boer mag die kreeften niet vangen of verkopen. Wil je het echt goed aanpakken, met fuiken en korven om er veel tegelijkertijd te vangen, dan moet je beroepsvisser zijn. Met een registratie, of werken bij een overheidsinstantie (bijvoorbeeld bij het waterschap).

Voor een registratie moet je kunnen aantonen dat je op 250 hectare viswater mag vissen én dat je er €8.500 per jaar mee verdient.

De € 8.500 per jaar is wel te redden. Stel dat je 10 euro aan een kilo rivierkreeften overhoudt en 40 weken aan de slag gaat. Elke week moet je dan minstens 20 kilo rivierkreeft vangen. Dat zou te doen moeten zijn. Je kunt soms 300 kilo per week vangen en die zou je voor 15 euro verkopen. Er is echter een maar.

Op de boerderij hebben we zo ’n 4 hectare viswater. Ik zou dus met ruim 60 boeren in de regio afspraken moeten maken om een registratie aan te vragen. Dan pas mogen we de fuiken uitzetten.

En de vissers dan?

Er zijn beroepsvissers die rivierkreeft vangen en verkopen. Gelukkig maar, dat helpt ze om ze een beetje in toom te houden. Maar, die hebben geen tijd om bij alle boerderijen vissen te vangen. Bovendien willen zij (met hun verdienmodel) niet van alle kreeften af, er moet nog genoeg kreeft gevangen kunnen worden om €8.500 per jaar te verdienen.

Daarnaast weten vissers ook: met fuiken vang je vooral de grote exemplaren rivierkreeften. De kleintjes planten zich in hun afwezigheid, nog makkelijker voort.

Je snapt: dat is dus ook geen oplossing op lange termijn om van de rivierkreeften af te komen. Wel kunnen vissers helpen met beheersen van de stand en dat is wellicht het verste dat we kunnen komen. We zullen met rivierkreeften moeten leren leven.

Wat wél werkt tegen rivierkreeften (of tenminste een beetje)

Als je de schade wilt beperken, dan heeft het geen zin om te werken aan de bestrijden, dat is symptoombestrijding. Je kunt beter de woonomgeving zo veranderen zodat ze niet willen blijven. De acties zijn dan:

  • Natuurvriendelijke oevers, zodat ze moeilijker in de oevers kunnen graven. Een natuurvriendelijke oever loopt geleidelijk af van het land naar het water, met veel waterplanten.
  • Natuurlijke vijanden introduceren zoals de snoek en paling. Zij eten de kleinere kreeften op waarvan de schaal nog niet hard is. Studies laten zien dat dit nog niet in elk grondgebied even goed werkt.
  • Regelmatig afvangen, we vangen dan de grote exemplaren. Liefst met een fuik, maar zolang we geen beroepsvisser zijn, kan dit heel beperkt met hengels en schepnetjes. We eten ze dan zelf op of doden de kreeften.

En dan komen we bij het echte probleem: wie gaat dat betalen? De sloot is soms van de boer, soms van het waterschap, soms van de gemeente. Iedereen heeft er belang bij dat er minder kreeften zijn, zodat land en dijken niet worden aangetast en de biodiversiteit weer groter wordt. Een goed plan met een budget is er echter niet.

Het zou ook fijn zijn als we, als eigenaar van het land, zelf met fuiken de rivierkreeften mogen afvangen. Ondertussen experimenteren wij er op los, met wilgen in het water, af en toe zelf vangen en wellicht zullen we de oevers veranderen met planten. We zijn daarin niet alleen, verschillende partijen zoals het Hoogheemraadschap Delfland onderzoeken manieren om oevers minder aantrekkelijk te maken voor kreeften.

Wat kun jij doen? Zet rivierkreeft op je menu!

Gelukkig sta je als consument niet helemaal machteloos. Koop rivierkreeft uit Nederland – geen ingevlogen diepvriesexemplaren uit China of Spanje. Aanbieders van Nederlandse rivierkreeft:

  • Jan de Waard Visserij – Crawfish Boil met gevangen rivierkreeft door beroepsvisser Jan zelf
  • Schmidt Zeevis – wilde rivierkreeft gevangen in Het Groene Hart
  • CFFH – levend én ingevroren, gevangen in oa. Woerden/Zegveld

🎥 Wil je meer weten over de rivierkreeft? In deze aflevering van SchoolTV (vanaf 13:35) leer je meer over deze invasieve exoot.

Zou jij verse rivierkreeft kopen bij een boer die ze gevangen heeft? Laat het weten.
Misschien kunnen we samen met vissers of als collectief met diverse boeren aan de slag.

De wilg: een maatje voor boerderij en natuur

Afgelopen week hebben we enkele wilgen op de boerderij geknot. Dat was een flinke klus, maar wel een belangrijke. De takken gaan we gebruiken om de oevers te herstellen, die door rivierkreeften worden beschadigd. Wilgen zijn kenmerkend in het Nederlandse polderlandschap, je ziet deze kronkelige bomen vaak langs de sloot. De takken kunnen voor verschillende doeleinden worden gebruik en de kronkelige wilg heeft ook veel voordelen voor de natuur en het landschap.

Een thuis voor beestjes

Wilgen zijn een soort natuurhotels op de boerderij. Met de gaten, kieren en spleten biedt de boom een gratis overnachting voor lieveheersbeestjes, slakken, kevers en spinnen. Een soort Airbnb, maar dan zonder de schoonmaakkosten! Daarnaast is een voedingsbodem voor mossen, plantjes en kruiden. Daarom zie je soms uit een wilg een andere plant groeien.

Schonere sloten

Wilgen zijn niet alleen goed voor beestjes, maar ook voor de waterkwaliteit en de bodem. De lange wortels van een wilg zuiveren het water in de sloten. Zo houden ze het land gezond en de waterkwaliteit op peil. 

Daarnaast is de wilg een boom die ook goed groeit in de natte veengronden. Veen dat steeds droger wordt, door bijvoorbeeld klimaatverandering, stoot CO2 uit, daarom is het goed om veengronden nat te houden. Wilgen kunnen goed tegen natte grond en houdt de veengronden zo bij elkaar en helpt zo de uitstoot van CO2 te verminderen.

Waardevolle wilgentakken

Wilgen knotten is belangrijk. Dat doen we eens in de twee, drie jaar en het liefst in de winter, tussen november en maart. Het is belangrijk de wilgen niet te knotten als ze in bloei staan. Zonder de wilgen te knotten worden ze te groot en kunnen ze omvallen. Vroeger werden deze wilgentakken gebruikt voor het maken van manden, meubels, schuttingen of het funderen van wegen. Dat gebeurt steeds minder, maar kan nog wel. 

Deze takken gebruiken we om de oevers te herstellen. Deze oevers worden door rivierkreeften kapot gemaakt en met de takken willen we kijken of we deze oevers kunnen herstellen. We slaan dan een tak (of paal) in het water en vullen de ruimte tussen de paal en de oever aan met wilgentakken.

De wilg liever niet als uitkijkpost gebruiken

Hoewel wilgen topbomen zijn die zorgen voor biodiversiteit, schoner water, CO2 uitstoot en duurzaam ‘bouwmateriaal’ in de vorm van takken, zullen we niet overal wilgen gaan planten. 

De wilgen vragen behoorlijk wat onderhoud en sommige roofvogels, zoals buizerds kunnen de wilgen gebruiken als uitkijkpost. Deze vogels roven de nesten van weidevogels leeg, wat we natuurlijk niet willen.

Meer informatie of zelf eens wilgen knotten op de boerderij?

Wil je eens met eigen ogen zien hoe we dit aanpakken? Of zelf een keer de zaag in een wilg zetten? Laat het weten of schrijf je in voor de nieuwsbrief en je blijft op de hoogte van Hoeve Ackerdijk.

Onze biologische aanpak tegen ongedierte op de boerderij

Op onze boerderij maken gebruik van biologische ongediertebestrijding. Zo zorgen we ervoor dat het voedsel van de koeien ook daadwerkelijk door de koeien opgegeten kan worden. Daarnaast kunnen plaagdieren ziektes veroorzaken, wat we natuurlijk willen voorkomen.

We maken gebruik van een biologisch bestrijdingsplan van APC dat bestaat uit drie schillen rondom de boerderij.

Waarom biologische ongediertebestrijding?

Op een boerderij ligt altijd veel voer, wat ongedierte aantrekt. In de zomer werken we aan een voervoorraad voor de winter (hooi en kuilgras) en er liggen ook regelmatig biologische wortels, pompoenen of kroten op het erf. Dat voer trekt plaagdieren zoals ratten aan en die hebben we liever niet.

Plaagdieren eten een deel van het voer op. Als ze een gaatje in het plastic van het kuilgras maken, komt er lucht bij het kuilgras en is het geen goed wintervoer voor de koeien meer. Nog belangrijker is; plaagdieren kunnen ziektes voor de dieren en mensen overbrengen.

In de biologische landbouw werken we aan een gezond ecosysteem, daarom gebruiken we geen chemische bestrijdingsmiddelen. Als een knaagdier gedood is door gif en dan ergens blijft liggen, komt het gif in het ecosysteem terecht. Er zijn gelukkig natuurlijke én effectieve manieren om ongedierte van de boerderij te houden.

Biologische ongediertebestrijding op de boerderij

Stap 1 is het voorkomen van ongedierte, daarom houden we het erf van Hoeve Ackerdijk zo netjes mogelijk. Het voer wordt afgedekt en op vaste plekken gelegd, zodat het voer niet verspreid raakt.

Daarnaast maken we gebruik van een biologisch bestrijdingsplan van APC. Dit plan omvat verschillende maatregelen die roofvogels aantrekken, waardoor het aantal plaagdieren op een natuurlijke manier wordt verminderd.

APC maakt voor elk bedrijf een passend biologisch bestrijdingsplan. Zo ligt Hoeve Ackerdijk op een terp dat grotendeels omringd is door water. We weten dat ongedierte voornamelijk via land het erf opkomt, dus we richten ons vooral op het beschermen van deze toegangswegen.

Onze aanpak tegen ongedierte bestaat uit drie schillen die we rondom de boerderij creëren.

1. Buitenste schil

In de buitenste schil zaaien we verschillende soorten gras en kruiden. We kiezen grassoorten waar plaagdieren niet van houden, zoals helmgras. Ook zaaien we kruiden met geurtjes die plaagdieren afschrikken.

Bovendien trekken deze kruiden insecten aan, die op hun beurt weer een smakelijke maaltijd zijn voor vogels. Deze vogels trekken op hun beurt weer roofvogels aan die jagen op muizen en ratten.

2. Tweede schil

De tweede schil van ons bestrijdingsplan bestaat uit vogelkastjes. Deze bieden een veilig thuis aan natuurlijke vijanden van plaagdieren. De vogels schrikken ongedierte af en zorgen ervoor dat het aantal beperkt blijft, mochten ze langs de eerste schil weten te komen.

3. Binnenste schil

Als een rat of muis onverhoopt langs de eerste twee schillen komt, hebben we nog de laatste verdedigingslinie: geurkokers met aantrekkelijke geurtjes voor ongedierte. Deze kokers, samen met CO2-vallen, trekken ongedierte aan, vangen ze en brengen ze tot stilstand (met een hamer).

Wil je meer weten? Bekijk deze video waarin de mensen van APC zelf hun biologische bestrijdingsplan uitleggen.

Kom langs en ontdek het zelf!

Nu weet je waarom we vogelkastjes op de boerderij hebben en hoe we op een duurzame manier samenwerken met de natuur om ons voedsel voor de koeien te beschermen. We nodigen je uit om een bezoek te brengen aan onze boerderij en zelf te zien hoe we ons inzetten voor een gezonde en natuurlijke omgeving.

Koeien en nu ook kippen in onze wei

Met de kippenkar lopen er naast koeien, straks ook kippen in de wei. De kippen kunnen door de kar het hele jaar door vrij in de polder lopen, al hebben we het liefste dat ze achter de koeien aan scharrelen wat past bij een natuurlijke manier van boeren.

Waarom gaan koeien en kippen goed samen?

Begin oktober arriveerde de kippenkar 249, waarin 249 bruine leghennen gaan wonen. Daarmee worden we niet opeens een kippenboer. De kippen houden we erbij omdat het past in een duurzame en natuurlijke manier van boeren.

Als de koeien op een stuk land hebben gelopen, lopen ze het gras en de grond plat. Bovendien laten ze hier en daar wat koeienvlaaien achter. De kippen helpen met het opruimen van de poep en weer openmaken van de grond. Als de koeien op een stuk weiland hebben gelopen, mogen daarna de kippen vrij rondlopen in datzelfde weiland.

De kippen klauwen met hun poten tussen de koeienvlaaien naar insecten en verspreiden zo de mest over het land. De mest wordt zo beter wordt opgenomen door het gras. Bovendien klauwen en pikken de kippen graag in grond. Zo maken ze met hun poten de graszoden opener en kan het gras beter wortelen.

Het houden van de kippen in het land vinden we een mooie toevoeging aan onze manier van natuurlijk boeren.

Hoe ziet de kippenkar eruit?

De kippen gaan ’s avonds op stok in de kar, daar zijn ze veilig voor roofdieren. De mobiele kippenkar is gemaakt door WijKamp. De kar heeft zonnepanelen en is met de trekker te verplaatsen over de weilanden van de boerderij. Er is een mestband, om de kar makkelijker schoon te houden en een kleine loopband voor de eieren.

Koeien-en-kippen-samen-in-de-wei-door-kippenkar

Aan de buitenkant hangt nog een groot, uitklapbaar zonnedoek waardoor de kippen extra schaduw hebben en waar ze zich veilig onder kunnen voelen.

Op 9 oktober 2023 is de kippenkar geleverd. Een paar weken later komen de kippen en hopelijk voelen ze zich zó prettig tussen de koeien op Hoeve Ackerdijk dat ze in november de eerste eieren leggen. Volg ons op Instagram of Facebook om te zien wanneer de kippenkar door de kippen in gebruik wordt genomen.

Wil je de kippenkar of de kippen zien? Kom gerust eens bij ons kijken.

Vanaf half november liggen de eieren in onze boerderijwinkel. Je kunt dat prima combineren met een rondje langs de kalfjes en gelijk een blik op de kar in het land werpen. Liever nu al wat zien? Bekijk het account Albert Boersen, boer bij Herenboerderij de Vlinderstrik. Hij heeft een kippenkar en post regelmatig video’s van de kar en zijn kippen.

Aafke 336 en Kootje 78 – Even voorstellen

We vertellen op open dagen en op rondleidingen graag over onze boerderij. De koeien die voor de melk van onze producten zorgen stellen we niet altijd voor. Daarom vullen we de reeks ‘Even Voorstellen’ weer aan. Dit keer zijn de twee koeien die we voorstellen, Aafke 336 en Kootje 78.

8535 – Aafke 336

Net zoals Grietje 186 heeft Aafke 336 (foto rechts) ook een truukje geleerd. Ze kan de deuren van de melkput niet openkrijgen; wel kan ze aan de touwtjes in de melkput trekken. Handig, want zo komt er voer (biks) in de voerbakken.

Ze heeft een goede samenwerking met Grietje, die aan de deur aan het pielen is tot deze open is. Vervolgens stormt Aafke er achteraan om zichzelf eens lekker veel eten te geven. 

Een beetje teveel biks op 1 dag is niet zo’n probleem, maar als een koe zich echt vol eet dan komt er een soort plak pap in de pens zonder ‘structuur’ voer zoals hooi. Deze plak kunnen koeien niet verteren en ze kunnen er dan flink ziek van worden. Het lijkt dus niet zo erg, maar we letten wel streng op dat het niet gebeurd.

8884 – Kootje 78

Kootje 78 (foto links) komt uit een familielijn die het bij ons op Hoeve Ackerdijk goed doet. Haar moeder (8711) en oma (8306) lopen ook nog steeds op het erf. Deze nummers zijn het werknummer van de koeien (een soort verkort BSN). De 78 van Kootje betekent dat ze de 78e koe is uit de “Kootje” familie op Hoeve Ackerdijk. 

Kootje 78 een mix van Montbeliard en Holstein, zoals de meeste van onze koeien. Holstein koeien geven veel melk, maar hebben ook veel en hoogwaardig voer nodig om dat te doen. Dat lukt op een biologisch bedrijf simpelweg niet, daarom hebben wij ook veel Montbeliard koeien. Die geven weliswaar wat minder liters melk – maar dan wel met een hoger eiwit en vet percentage – maar het voordeel is vooral dat deze koeien het goed doen op een rantsoen van bijna uitsluitend gras. De Montbeliard koeien zijn wat robuuster en leven langer. We hopen dus nog lang met Kootje aan de slag te kunnen.

Aafke of Kootje ontmoeten?

Een rondleiding met een kleine groep is mogelijk. U kunt contact opnemen met Bas via bas @ hoeveackerdijk.nl. Ook thuis kunnen we u koeien voorstelen via de blog. Lees bijvoorbeeld over Grietje, Irene en Aafke 351.

Aafke 351 – Even voorstellen

We vertellen graag over onze boerderij en laten ook zien wat we doen. Maar we stellen onze ‘medewerkers vaak niet voor. Daarom deze reeks waarin we onze koeien aan u voorstellen. Want over iedere koe valt wel iets te vertellen. Vandaag: Aafke 351.

koe Aafke 351

8996 – Aafke “Betty” 351

Aafke was als kalf een twijfelgeval. Ze heeft een goed presterende moeder, maar die kregen we niet gemakkelijk drachtig. Dus kozen we een stier met betere vruchtbaarheidscijfers, zodat de moeder makkelijker drachtig zou kunnen worden.

Wanneer er zulke kalfjes geboren worden, gaan deze vaak naar een kalvenfokkerij, omdat het meestal geen geweldige melkkoeien worden. 

Maar, Aafke zag er wel heel schattig uit met haar egaal donkere vacht en bruine streep op de rug. Dus we namen de gok, want soms is dat ook gewoon leuk.

En Betty (naar het liedje “Black Betty” van Ram Jam, zoals boer Bas haar altijd noemt) is nu bijna 3 jaar oud, geeft prima melk in haar 1e lactatie periode en mag gewoon blijven.

Haar donkere vacht komt omdat ze voor 25 % van het ras “Brown Swiss” is, de rest is een mix van Montbeliard en Holstein.

Eerdere koeien in deze reeks zijn Grietje 186 en Irene 203 – de baas.

Aafke ontmoeten?

Een rondleiding met een kleine groep is mogelijk. U kunt contact opnemen met Bas via bas @ hoeveackerdijk.nl

Irene 203 – Even voorstellen

We vertellen graag over onze boerderij en laten ook zien wat we doen. Maar we stellen onze ‘medewerkers vaak niet voor. Daarom deze reeks waarin we onze koeien aan u voorstellen. En over iedere koe valt wel wat te vertellen. Vandaag: Irene 203.

8872 – ‘De baas’

Dit is Irene 203, ofwel de 203e uit de “Irene” familie van Hoeve Ackerdijk. Irene is de achternaam, het nummer de voornaam, en 8872 is het werknummer (of het verkorte BSN nummer van de koe, dat iedere koe in Nederland heeft). Sinds Irene 001 zijn er dus een heleboel kalfjes geboren, waarbij enkel de dames een naam krijgen, de stiertjes enkel een werknummer.

Deze Irene heeft als bijnaam ‘de baas’ gekregen, omdat ze nogal bazig is. In iedere koppel (groep) koeien is een hierarchie en per ~40 koeien is er eentje de baas. Deze staat als eerste in de melkput, zoekt het lekkerste voer uit (lees: duwt de rest weg tot ze er staat) en loopt als een van de eerste naar buiten en ook weer naar huis. De rest volgt.

Dit proces gaat niet altijd vriendelijk, er gaat nogal wat geboks aan vooraf. Zo ook bij deze dame. We waren vergeten haar als kalf te onthoornen, dus toen ze als vaars (zo heet een koe nadat ze haar eerste kalf heeft gehad) bij de koeien kwam, had ze een voordeel: als enige koe had ze hoorns. Ze stond iedere koe te pesten en dat gaf weer onrust bij de rest.

Dus toen hebben we met de veearts de hoorns weggezaagd, en twee dagen later stond ze weer onderaan de hiërarchie. Iedere koe waar ze langs liep gaf haar een paar tikken, om haar terug te pakken leek het wel. Dat was twee jaar geleden en nu staat ze toch vooraan in de koppel. Zonder hoorns, maar met karakter. Verder is ze heel lief hoor.

Eerdere koeien in deze reeks zijn Grietje 186.

Grietje 186 – Even voorstellen

We vertellen graag over onze boerderij en laten ook zien wat we doen. Maar we hebben onze ‘medewerkers’ nog niet voorgesteld. Dus bij deze; het begin van de reeks waarin we onze koeien aan u voorstellen. En over iedere koe valt wel wat te vertellen. Vandaag: Grietje 186.

8515 – Grietje 186

Dit is Grietje 186. Deze dame gaat al tien jaar mee op ons bedrijf. Ze heeft nog niet de bijnaam ‘oma’ gekregen, want er zijn nog wel tien oudere koeien op het erf. Toch valt er wel wat te vertellen, want Grietje is nogal een ondeugende koe.

Ze krijgt namelijk de deuren van de melkput open. Koeien hebben, vooral in de winter als ze op stal staan, veel tijd om de boel eens goed te bekijken en wat dingen uit te zoeken. En ze weet, “als die deur opengaat dan word ik gemolken”. Maar vooral: “als die deur opengaat dan krijg ik biks”. Ze heeft zichzelf dus ‘ge-Pavlovd’ en doet nu te pas en te onpas de deuren van de melkput open.

Op zich is dat niet erg tijdens het melken, want dan staat er toch al een rij. Maar ’s nachts als wij niet in de stal zijn, moeten de deuren nu dus op slot, omdat we anders de volgende ochtend binnenkomen met een melkput vol koeien die onrustig staan te wachten. En er meestal ook een bende van hebben gemaakt.

Kan een boer met vakantie?

Een boer werkt zeven dagen per week. In het weekend, maar ook met Kerst en op nieuwjaarsdag moeten de koeien ’s ochtends vroeg gewoon gemolken worden en gras kunnen eten. Een boer kan dus lastig met vakantie.

Vakantie bij familiebedrijven

De meeste boerderijen zijn familiebedrijven; meerdere generaties wonen en werken op het erf. Soms zijn er zelfs een opa en oma die nog meewerken. Op deze vakantiedagen doe ze de klusjes samen, zodat niemand de hele Kerst bezig is met werken. En zo kun je elkaar nog weleens vrij geven, zodat je op vakantie kunt, of naar een feestje.

Hulpboeren inhuren tijdens vakantie

Ben je als boer alleen, dan kun je een buurman vragen je te helpen, maar je kunt ook mensen inhuren. Deze hulpboeren nemen het werk dan van de boer over, zodat deze op vakantie kan. Net als andere ondernemers betekent dat wel dubbele kosten tijdens een vakantie. Bovenop de uitgaven van de camping en de uitjes, komen de kosten van de hulpboer. Je spaart het jaar door dus voor je vakantie.

Een boer moet er ook voor zorgen dat de hulpboer weet wat hij moet doen. Waar staan de trekkers, welke koeien hebben kwaaltjes en welke koe kan er een kalfje krijgen? Bovendien moet de boer vaak, zodra deze terug is van  vakantie, direct weer aan het werk. Even overleggen hoe het ’thuis ging’ terwijl je weg was, of er nieuwe koeien in de ziekenboeg zitten en dan hup, de trekker weer in of de koeien melken. Rustig een weekendje de tassen uitpakken is er vaak niet bij.

Vakantie op Hoeve Ackerdijk

Bij ons ging het ongeveer zoals hierboven beschreven. Voor de vakantie probeerde ik veel voor te bereiden, zodat mijn vader niet teveel extra werk had. Het was goed weer om te hooien tijdens mijn vakantie, dat ging gewoon door zonder mij.

Na de vakantie ging ik meteen weer aan de slag.

Koe in de sloot

Eenmaal goed uitgerust kon ik thuis vrijwel meteen weer de laarzen aantrekken: een koe in de sloot. De dag erna was er een koe die zélf de sloot was uitgekomen – dat is niet erg natuurlijk – maar dan wel aan de verkeerde kant. Die moesten we over het fietspad en de weg terug naar de boerderij brengen.

Koeien in de sloot gebeurd wel vaker. Ze hebben er geen last van, en met het weer van de afgelopen dagen is het wel verfrissend. Soms werken ze dan ook absoluut niet mee om ze er uit te krijgen.

Wist u dat koeien kunnen zwemmen? Gevaar is er dus niet, al kunnen ze na een lange tijd in water wel bekoeld of vermoeid raken. We halen ze er dus altijd meteen uit zodra we er eentje missen. Het komt ook voor dat fietsers of wandelaars langskomen om te zeggen dat er een koe in de sloot zit. Dat is hartstikke fijn.

Gelukkig hebben koeien een sterk kudde gevoel, en blijven ze vaak zo dicht mogelijk bij elkaar. Deze mevrouw liep dus mee naar huis, want daar liepen alle andere koeien al te grazen. Al wilde ze onderweg wel een paar uitstapjes maken naar lekkere plukjes gras.

Koe ophalen na de vakantie

Tweeling geboren

Wat ook doorgaat (gelukkig maar) of je nu vakantie hebt of niet, is de geboortes van kalfjes. Op zondagochtend moest ik de koeien voor het melken uit het land halen, want het was nog lekker fris en ze wilden nog 
niet de stal in. Plots stonden er tussen de melkkoeien twee kalfjes. Dichtbij de moeder, want dat is wel zo veilig.

Mama koe had helemaal zelf een tweeling gekregen, die ook al schoongelikt waren en lekker stonden te drinken. De band met de moeder was dus al goed, weinig zorgen voor ons. Behalve dan het hele stel thuis krijgen. Want kalfjes die in een weide worden geboren vinden een strohok – hoe ruim ook – toch maar klein.

Tweeling geboren tijdens vakantie