Waarom hebben we schapen op de boerderij?

De eerste lammetjes zijn geboren en dat geeft veel gezelligheid op het erf. Maar waarom hebben we op een biologische melkveehouderijbedrijf schapen? We melken ze niet en verkopen geen schapenmelk of schapenkaas.

Waarom houden we schapen?

De schapen hebben we vooral als grasmaaier op de boerderij. Want eerlijk is eerlijk, verdienen aan de wol of het vlees doen we helaas niet. Zeker met een kleine kudde van zo’n 25 schapen zijn de kosten hoog. De verkoop van wol levert niet veel geld op, terwijl wol een prachtproduct is en duurzame kleding oplevert. Kies dan wel voor diervriendelijk, goed geproduceerde wol en zorg goed voor je wollen kleding zodat het lang meegaat.

Ondanks de kosten, de tijd en zorg rondom het aflammeren, houden we schapen aan: een belangrijk voordeel van schapen is hun rol als natuurlijke grasmaaier. Waar koeien het lekkerste gras opeten en soms planten laten staan, zijn schapen minder kieskeurig. Zij eten de restjes gras op die koeien laten staan. Dat betekent dat het grasland goed onderhouden blijft en er ruimte ontstaat voor nieuw, fris gras. Dit verse gras kunnen we later weer gebruiken als wintervoer of voor een volgende weidegang van de koeien op hetzelfde stuk weiland. Zo dragen schapen bij aan een gezond en productief land zonder dat we extra machines hoeven in te zetten. Je zou bijna zeggen: gratis grasmaaiers die het hele jaar buiten lopen!

Nieuwe schapen

We zijn overgegaan naar een ander ras schapen; deze zijn beter in staat om zelf de bevallingen (dat heet aflammeren) goed te doen. Een bijkomend voordeel is dat de vacht zwart-wit is, wat mooiere vachten oplevert voor de kleden van Het Houten Schaap. Want als wij in de zomer de vacht scheren, dan maken zij daar mooie producten van.

Het plezier van lammetjes in de lente

Naast hun praktische nut en mooie vachten zorgen schapen elk voorjaar voor een vrolijk schouwspel. Lammetjes rennen in de avond vaak rondjes door het hok, zo spelen ze samen én het zorgt voor wat warmte voor de nacht.

De lammetjes worden meestal in februari en maart geboren, wanneer het gras begint te groeien en er volop te eten is. Een schaap kan één tot vier lammetjes krijgen, maar gemiddeld zijn het er twee. Soms komt het voor dat een schaap vier lammetjes krijgt; dan moeten we er eentje bijvoeren, een zogenaamd paplammetje.

Op Hoeve Ackerdijk hebben we momenteel zo’n 27 ooien (vrouwtjesschapen) en één ram. De schapen worden in het begin van de zomer geschoren, zodat ze het niet te warm krijgen. Tegen de winter hebben ze alweer een dikke vacht die hen beschermt tegen kou.

Het houden van schapen op de boerderij is dus een combinatie van traditie (vroeger had iedere boer schapen), plezier en praktisch nut. Ze zorgen voor levendigheid in het voorjaar, onderhouden het land en met hun wol kun je de mooiste kleden maken.

Bezoek Hoeve Ackerdijk

Wil je zelf de schapen en eerste lammetjes zien? Op woensdagmiddag en zaterdagochtend kun je een rondje over het erf doen. Daarna kun je de kleden van de schapenvachten in de winkel bekijken. Zelf een workshop diervriendelijke schapenvacht vilten doen? Dat kan Het Houten schaap geeft deze workshops op Hoeve Ackerdijk.

Wat eet een koe?

Een koe eet gras, dat weten mensen die de boerderij bezoeken wel, maar wat eten ze nog meer en proef je dat terug in de melk en in onze kaas? Wat je aan de dieren voert, proef je uiteindelijk terug in de melk en kaas van onze boerderij. Daarom is hun dieet belangrijk. Onze koeien eten vooral gras, puur en simpel, uit onze eigen weides. Zo houden we de kringloop klein.

Het voer: gras, hooi en kuilgras

In de zomer lopen onze koeien lekker buiten en grazen ze vers gras, klaver en kruiden die in het weiland staan. In de winter groeit er geen gras, dus dan moeten de boeren vooruitplannen. Het gras dat we in de zomer maaien, drogen we tot hooi of we maken er kuilgras van. Hooi is gedroogd gras, kuilgras is wat vochtiger en ruikt een beetje zurig door het fermenteren. Door het fermenteren wordt het een voedzaam product voor onze koeien.

Onze koeien krijgen weinig krachtvoer (voer met extra voedingsstoffen), dat kunnen onze Montbéliarde koeien prima aan. Deze koeien zijn van nature wat robuuster en doen het goed op een simpel rantsoen, bovendien past gebruik maken van een kleine kringloop en niet te sturen op zoveel mogelijk melkproductie bij onze keuze voor biologisch boeren.

Wat drinkt een koe?

Een koe drinkt ongeveer 100 liter water op een dag. Als het warm is, willen ze graag wat meer drinken. Ze drinken het water vaak in de stal, vlak voor of na het melken, ook als ze in de wei staan. Ze drinken dan water uit de drinkbakken in de stal. Als de koeien buiten lopen, drinken ze soms uit de sloot. Koeien halen ook vocht uit het gras dat ze eten.

Het jongvee staat soms in een weiland verder van de boerderij, dan zetten we een drinkbak in het weiland.

Biologisch en grondgebonden

Als biologische boer vind ik het belangrijk dat onze koeien vooral eten wat ons land zelf voortbrengt. Toch gaat het niet altijd vanzelf. Soms is de wintervoorraad niet genoeg, wat kan gebeuren als het een keer flink tegenzit met het weer. Als het lange tijd nat weer is geweest en we kunnen niet maaien, of de planning van beweiden en maaien is misgegaan; dan kan het gebeuren dat er onvoldoende wintervoorraad is.

Dan kopen we bijvoorbeeld biologische wortels, kolen of pompoenen in bij die anders zouden worden weggegooid. Dat doe ik liever niet, want ik vind dat mensen dat voedsel eerst zelf moeten kunnen eten, bovendien blijft het zonder extra inkoop financieel overzichtelijk voor ons.

Wat betekent dit voor de melk?

De koeien op onze boerderij geven ongeveer 20 liter melk op een dag. Wat de koeien eten, bepaalt iedere dag opnieuw de smaak en waarde van hun melk. Omdat we op Hoeve Ackerdijk kiezen voor een simpel, natuurlijk dieet voor de koeien, smaakt de melk heerlijk vol en romig. Gezonde koeien, die zelf kunnen kiezen uit het beste van het land, geven volgens mij de lekkerste melk, waar wij ook weer de heerlijkste kazen van kunnen maken. Daar geniet ik en de klanten van de boerderijwinkel elke dag weer van.

De opmars van de rivierkreeft en waarom we ‘m toch niet vangen

Onder het wateroppervlak zit tegenwoordig een onverwachte boosdoener. Geen Jaws, maar een klein krabbelend beestje dat grote schade aanricht: de Amerikaanse rivierkreeft. Deze invasieve rivierkreeft hoort niet in de polder thuis, maar is wel in opmars. En dat merken we op de boerderij, in de sloot én in het extra werk. Toch vangen we ‘m niet.

Rivierkreeften als een niet-duurzame graafmachine

De opmars van de Amerikaanse rivierkreeft zorgt overal waar die zit voor overlast en schade. De kreeften eten veel kleine waterdieren en verknippen waterplanten die voor zuurstof en helder water zorgen. Ze graven soms een meter diep in de slootkant, voor een veilig holletje, zo zakken slootkanten in. Dit alles leidt tot achteruitgang van de waterkwaliteit en de biodiversiteit en tot extra kosten voor baggerwerk en oeverherstel. 

“Dan vang je ze toch gewoon?”

Tja, dat zou je denken. Maar zo makkelijk is het niet. Een boer mag die kreeften niet vangen of verkopen. Wil je het echt goed aanpakken, met fuiken en korven om er veel tegelijkertijd te vangen, dan moet je beroepsvisser zijn. Met een registratie, of werken bij een overheidsinstantie (bijvoorbeeld bij het waterschap).

Voor een registratie moet je kunnen aantonen dat je op 250 hectare viswater mag vissen én dat je er €8.500 per jaar mee verdient.

De € 8.500 per jaar is wel te redden. Stel dat je 10 euro aan een kilo rivierkreeften overhoudt en 40 weken aan de slag gaat. Elke week moet je dan minstens 20 kilo rivierkreeft vangen. Dat zou te doen moeten zijn. Je kunt soms 300 kilo per week vangen en die zou je voor 15 euro verkopen. Er is echter een maar.

Op de boerderij hebben we zo ’n 4 hectare viswater. Ik zou dus met ruim 60 boeren in de regio afspraken moeten maken om een registratie aan te vragen. Dan pas mogen we de fuiken uitzetten.

En de vissers dan?

Er zijn beroepsvissers die rivierkreeft vangen en verkopen. Gelukkig maar, dat helpt ze om ze een beetje in toom te houden. Maar, die hebben geen tijd om bij alle boerderijen vissen te vangen. Bovendien willen zij (met hun verdienmodel) niet van alle kreeften af, er moet nog genoeg kreeft gevangen kunnen worden om €8.500 per jaar te verdienen.

Daarnaast weten vissers ook: met fuiken vang je vooral de grote exemplaren rivierkreeften. De kleintjes planten zich in hun afwezigheid, nog makkelijker voort.

Je snapt: dat is dus ook geen oplossing op lange termijn om van de rivierkreeften af te komen. Wel kunnen vissers helpen met beheersen van de stand en dat is wellicht het verste dat we kunnen komen. We zullen met rivierkreeften moeten leren leven.

Wat wél werkt tegen rivierkreeften (of tenminste een beetje)

Als je de schade wilt beperken, dan heeft het geen zin om te werken aan de bestrijden, dat is symptoombestrijding. Je kunt beter de woonomgeving zo veranderen zodat ze niet willen blijven. De acties zijn dan:

  • Natuurvriendelijke oevers, zodat ze moeilijker in de oevers kunnen graven. Een natuurvriendelijke oever loopt geleidelijk af van het land naar het water, met veel waterplanten.
  • Natuurlijke vijanden introduceren zoals de snoek en paling. Zij eten de kleinere kreeften op waarvan de schaal nog niet hard is. Studies laten zien dat dit nog niet in elk grondgebied even goed werkt.
  • Regelmatig afvangen, we vangen dan de grote exemplaren. Liefst met een fuik, maar zolang we geen beroepsvisser zijn, kan dit heel beperkt met hengels en schepnetjes. We eten ze dan zelf op of doden de kreeften.

En dan komen we bij het echte probleem: wie gaat dat betalen? De sloot is soms van de boer, soms van het waterschap, soms van de gemeente. Iedereen heeft er belang bij dat er minder kreeften zijn, zodat land en dijken niet worden aangetast en de biodiversiteit weer groter wordt. Een goed plan met een budget is er echter niet.

Het zou ook fijn zijn als we, als eigenaar van het land, zelf met fuiken de rivierkreeften mogen afvangen. Ondertussen experimenteren wij er op los, met wilgen in het water, af en toe zelf vangen en wellicht zullen we de oevers veranderen met planten. We zijn daarin niet alleen, verschillende partijen zoals het Hoogheemraadschap Delfland onderzoeken manieren om oevers minder aantrekkelijk te maken voor kreeften.

Wat kun jij doen? Zet rivierkreeft op je menu!

Gelukkig sta je als consument niet helemaal machteloos. Koop rivierkreeft uit Nederland – geen ingevlogen diepvriesexemplaren uit China of Spanje. Aanbieders van Nederlandse rivierkreeft:

  • Jan de Waard Visserij – Crawfish Boil met gevangen rivierkreeft door beroepsvisser Jan zelf
  • Schmidt Zeevis – wilde rivierkreeft gevangen in Het Groene Hart
  • CFFH – levend én ingevroren, gevangen in oa. Woerden/Zegveld

🎥 Wil je meer weten over de rivierkreeft? In deze aflevering van SchoolTV (vanaf 13:35) leer je meer over deze invasieve exoot.

Zou jij verse rivierkreeft kopen bij een boer die ze gevangen heeft? Laat het weten.
Misschien kunnen we samen met vissers of als collectief met diverse boeren aan de slag.

Schapen op Hoeve Ackerdijk: goedkope grasmaaiers

Op Hoeve Ackerdijk werken we voornamelijk met koeien (en kinderen), maar vroeger liepen er, zo vlakbij Rotterdam ook hordes schapen en een kleinere verzameling varkens op ons bedrijf.

Van oudsher zijn boerderijen ‘gemengde’ bedrijven. Om risico’s te spreiden was je niet alleen koeienboer, maar had je er ook wat schapen, varkens, geiten of – als de grondsoort het toelaat – akkerbouw bij. Verdiende je een jaar wat minder met de melk, dan compenseerde je dat met een andere bedrijfstak.

Gaandeweg zijn boeren zich gaan specialiseren in een dier of teelt. Een gemengd bedrijf anno 2020 is er éen met een vergaderlocatie of camping.

We hebben op Hoeve Ackerdijk de circa 80 schapen en jaarlijks 200 lammetjes verminderd tot zo’n 25 schapen. Dit jaar hebben ze samen 42 lammetjes gekregen.

De schapen op Hoeve Ackerdijk

Een schaap is een seizoensdier, ze krijgen de lammetjes in de lente. Logisch ook, want dan is er het meeste te eten in het land. Een schaap kan één tot vier lammetjes krijgen, gemiddeld twee. Als er vier lammetjes bij een schaap zitten, moeten we er eentje bijvoeren. Dat noemen we dan pap- of potlammetjes.

Paplammetjes zullen hun leven lang gemakkelijker naar je toe komen, ze hebben onthouden dat als de boer eraan komt, ze wat te eten krijgen. Sommige dingen verleer je niet.

Waarom hebben we schapen op de boerderij?

Het is moeilijk geld te verdienen met schapen, zeker als je er maar 25 hebt. Je verkoopt ze voor vlees, de wol zelf brengt eigenlijk niks op. Voor zwarte wol moeten we zelfs betalen om het kwijt te kunnen.

We laten ze aan het begin van de zomer scheren, anders is het veel te warm voor ze. Tegen de winter hebben ze alweer een lekkere vacht tegen de kou.

“Waarom houden jullie de schapen dan eigenlijk aan?” zul je denken.

Naast het plezier van lammetjes in de lente, zijn het minder kieskeurige eters dan koeien. Wat koeien aan planten en oud gras laten staan, peuzelt een schaap op. Een kudde van zo’n 20-30 schapen is handzaam en groot genoeg om ‘achter de koeien aan’ te laten grazen.

Dus waar de koeien het lekkere gras hebben opgegeten, mogen de schapen dan heen om de restjes kaal te eten. Dit geeft het grasland ruimte om nieuw, fris gras te laten opkomen.

Dat kunnen we dan weer voor wintervoer en de weidegang gebruiken. De schapen lopen het hele jaar buiten, als gratis grasmaaier onderhouden ze ons land.