Wat is het verschil tussen biologische en gewone melk?

Biologische melk wordt geproduceerd op een manier die beter is voor de koe, het land en het milieu in vergelijking met gewone melk.

Biologische melk komt van een biologische melkveehouderij, gewone melk komt van een boerderij die we intensieve of gangbare melkveehouderij noemen.

Dit zijn de belangrijkste dingen die biologische boeren anders doen:

  • geen kunstmest
  • geen chemische middelen
  • geen medicijnen om ziekte te voorkomen
  • verplicht buitenspelen.

Geen kunstmest

Biologische boeren gebruiken geen kunstmest om gras harder te laten groeien of ervoor te zorgen dat er goede stoffen in het gras zitten.

De grond blijft gezonder door geen kunstmest te gebruiken. Van kunstmest krijgen het gras tijdelijk een portie ‘extra vitamines’, maar door de kunstmest komen er schadelijke stoffen in de grond en raakt de grond uitgeput.

Biologische boeren zaaien bijvoorbeeld klaver tussen het gras om te zorgen dat de koeien eiwitten binnen krijgen om lekkere melk te produceren. Al het voer wat de koeien eten moet biologisch geteeld zijn.

Geen chemische middelen

Er worden door biologische boeren geen chemische middelen tegen onkruid in het weiland gebruikt. Deze onkruidbestrijders zijn vaak slecht voor andere planten of beestjes in het land.

Het weghalen van onkruid zoals distels gebeurt op een biologische boerderij met de hand. Want ook biologische koeien houden niet van stekels in hun gras.

Geen medicijnen om ziekte te voorkomen

Er worden geen medicijnen gegeven aan koeien om mogelijke ziektes te voorkomen. Bij gangbare melk krijgen koeien soms antibiotica om te voorkomen dat koeien ziek worden, maar het is niet altijd nodig is om deze medicijnen te geven.

Biologische boeren gebruiken het liefst zo min mogelijk chemische medicijnen en eerder natuurlijke medicijnen. Als een koe erg ziek is, zal de boer in overleg met de dierenarts een gewoon medicijn geven. Dit doen we dus nooit preventief.

Verplicht buiten spelen

Koeien op een biologische boerderij gaan vaker en langer naar buiten dan koeien op gangbare boerderijen. Ze hebben ook meer ruimte buiten en binnen dan koeien op een gangbare boerderij.

Er zijn voor biologische koeien in de stal meer plekken met bijvoorbeeld zaagsel of stro waarin de koe kan liggen, per koe is er dus meer ruimte.

Kalfje met moederkoe in stro

Wat betekent dat voor de koeien, de boer en de consument?

Biologische boeren werken minder intensief met de koeien en met het land. De productie is daardoor lager, of anders gezegd meer in balans met wat het dier en het land kunnen opbrengen.

In de supermarkt

Op de biologische melk in de supermarkt staat op het pak ‘biologisch’ en er staat een groen keurmerk op het pak. Dat keurmerk is van SKAL, een stichting die controleert of de melk (van boer via fabriek tot in het pak) biologisch is.

Als je boodschappen doet, zul je merken dat biologische melk vaak duurder is dan gewone melk. Dat komt omdat een biologische koe minder melk geeft dan andere koeien, terwijl de boer hetzelfde werk (of meer werk) aan de koeien heeft.

Biologische melk hoeft niet anders te smaken, het verschil zit ‘m vooral hoe de melk wordt gemaakt. Sommige mensen proeven verschil tussen biologische en andere melk, sommige mensen niet.

Wil je meer weten over koeien of een biologische boerderij? Kom bij ons kijken; regel voor je vrienden of familie een afspraak voor een rondleiding of kom langs op één van de open dagen.

Hoeveel weegt een koe?

Kinderen stellen hele goede vragen, maar vaders kunnen er ook wat van. Op een open dag kregen we de vraag van een vader of hij een koe mocht optillen.

Het korte antwoord was ‘nee’. Een koe is heel zwaar om op te tillen, want een melkkoe weegt zo’n 600 tot 700 kilo. De melkkoeien worden nooit opgetild en zelfs de rustigste koe zou niet graag meewerken om opgetild te worden. Daardoor kan het gevaarlijk zijn om een koe op te tillen.

Hoeveel weegt een kalf?

Sterke vaders en moeders kunnen waarschijnlijk wel een kalfje optillen. Een pasgeboren kalfje weegt zo’n 40 kilo.

Een pasgeboren kalf weegt 40 kilo, pink van 1 jaar 300 kilo, een vaars 375 kilo en een melk koe zo'n 600 kilo.
Van 40 naar 600 kilo

Zodra een kalf 1 jaar is, wordt ze een pink genoemd en weegt ze zo’n 300 kilo.

Als de pink zo’n 375 kilo weegt (ze is dan ongeveer zo’n 15 maanden oud) kan ze bevrucht worden. Ze heet dan een vaars omdat ze voor de eerste keer zwanger is. Als alles goed gaat, wordt na negen maanden het kalfje geboren en is het een koe.

Wil je meer weten over koeien of een biologische boerderij? Kom langs voor een rondleiding. 

Hoeveel lammetjes krijgt een schaap?

De komende maanden, in februari en maart, verwachten we op Hoeve Ackerdijk weer de eerste lammetjes. Op Hoeve Ackerdijk zijn 30 vrouwtjesschapen. Zij worden ook wel ooi genoemd. We hebben 1 ram, het mannetjesschaap.

In februari en maart krijgen de ooien vaak hun lammetjes. Soms zijn de eerste lammetjes er vroeger, in 2015 waren de eerste er al in januari! Het eerste schaap dat dit jaar lammetjes kreeg, kreeg een tweeling en dat is bij schapen heel normaal.

Gemiddeld 2 lammetjes

Schapen krijgen vaak 2 lammetjes. Soms krijgen schapen 3 lammetjes en andere schapen krijgen er 1. Veel mensen denken dat schapen vooral wit zijn, maar er zijn ook zwarte en zwart-witte schapen. Met hun vlekken lijken ze soms net op een koe.

Je bent van harte welkom om te komen kijken, met je klas, vrienden of familie.

Twee lammetjes en een schaap

Moeten koeien sporten en andere vragen

Op 7 september brachten de leerlingen van drie Rotterdamse basisscholen een bezoek aan Hoeve Ackerdijk. Eindelijk konden de leerlingen antwoord krijgen op hun vragen; Hoe komt de melk in de fabriek, waarom staat de stier apart en moeten koeien ook sporten? The Milk Story deed verslag

In aanloop naar World Dairy Summit die dit jaar in Rotterdam georganiseerd wordt, gaan Rotterdamse basisscholen aan de slag met het programma ‘Kaaskoppen en Dokwerkers’. Via het lesprogramma ontdekken de leerlingen meer over zuivel en het belang van goede voeding en gezond bewegen.

Vandaag waren we op de boerderij van Arie en Petra van den Berg aan de rand van Rotterdam. Samen met kinderen van drie basisscholen – Jan Prinsschool, Montessorischool Kralingen en Valentijnschool – ontdekken we waar melk vandaan komt. We krijgen een rondleiding over het erf, waarbij de kinderen eerlijke en oprechte vragen kunnen stellen aan de boer. Want wat heeft het platteland eigenlijk met de stad te maken? En waarom staat de stier in een apart hok?

Vragen voor de Boer

Boer Arie zit er klaar voor. Op zijn trapje zit hij midden in de kring van kinderen die op de hooibalen hebben plaatsgenomen. Op school hebben zij al vragen gemaakt voor de boer en de vraag die in Rotterdam natuurlijk niet mag ontbreken is: “bent u voor Feijenoord?” Na een bevredigend antwoord voor velen, gaat het gesprek al gauw over de melkveehouderij. “Hoe komt de melk in de fabriek?”, “Bent u zelf vegetariër?” en “Worden de koeien op de boerderij geslacht?” Een meisje vraagt zich af of Arie wellicht liever niet-biologisch zou willen boeren om zo meer geld te kunnen verdienen. Arie legt uit dat het een misvatting is dat de melkprijs voor biologische boeren lager ligt en dat hij helemaal achter de filosofie van biologisch boeren staat. En, hij is geen vegetariër. Arie vertelt dat een boer een hechte band heeft met zijn koeien omdat ze zo lang bij hem zijn. Maar wanneer een koe ziek of te oud is wordt zij naar de slacht gebracht. Het vlees van de koe wordt gelukkig nog wel gegeten.

In het weiland

Na de vragenronde geven Arie en Petra een rondleiding over de boerderij. Het land ligt op veengrond, een hele zachte bodemsoort, dus als je springt voel je de grond op en neer gaan. Daar leren de kinderen over het belang van de klavers in de wei, die stikstof uit de lucht halen en over de bescherming van de weidevogels. Er is zelfs een speciaal eiland gemaakt voor het visdiefje, een vogel die alleen maar op een eiland kan wonen.

Een kind vraagt zich af of er ook een koe rondloopt die Bertha heet. Arie vertelt over de gele labels in de oren van de koeien waar hun gegevens op staan. Hij kan ze scannen zodat hij precies weet welke koe het is. “Martha 144”, bijvoorbeeld. De namen van de koeien zijn eigenlijk hun achternaam, het nummer daarachter is de voornaam. Er lopen daarom tientallen Aafkes, Martha’s en Irene’s in de wei. De stier staat voor de veiligheid apart en omdat hij anders zijn eigen kinderen gaat dekken.

Melkput

We lopen langs de kalfjes en komen uit in de melkput waar de koeien worden gemolken. Koeien geven 10 liter melk per keer. “Weten jullie eigenlijk wanneer een koe melk geeft?”, vraagt de boerin. ”Na twee maanden”, gokt iemand, “of na een jaar?” En dan begint het langzaam bij de kinderen te dagen dat een koe pas melk geeft op het moment dat er een kalfje is geboren. Dat betekent dat niet alle kalfjes kunnen blijven omdat de stiertjes natuurlijk geen melk  geven. “Zielig”, maar dat is hoe het gaat op een boerderij.

Na de rondleiding mogen ze dan eindelijk de melk proeven. Niet alle kinderen houden van melk of karnemelk.  Gelukkig is er ook Chocomel en yoghurtdrink.

Boerenbolderbaan

De leukste vraag die we hoorden was of de boer wel eens met de koeien sport. Dat is niet het geval, maar de kinderen mogen wel  gaan sporten. In het weiland is een grote boerenbolderbaan gebouwd waar de kinderen onder begeleiding van een sportcoach los mogen gaan.

De kinderen zijn uitgeput en gaan weer met de bus naar huis. De boer nog lang niet, alle Aafkes, Martha’s en Irene’s moeten nog worden gemolken.

Dit verhaal is overgenomen van The Milk Story en geschreven door Pauline Schouwenburg van de redactie.