Onze biologische aanpak tegen ongedierte op de boerderij

Op onze boerderij maken gebruik van biologische ongediertebestrijding. Zo zorgen we ervoor dat het voedsel van de koeien ook daadwerkelijk door de koeien opgegeten kan worden. Daarnaast kunnen plaagdieren ziektes veroorzaken, wat we natuurlijk willen voorkomen.

We maken gebruik van een biologisch bestrijdingsplan van APC dat bestaat uit drie schillen rondom de boerderij.

Waarom biologische ongediertebestrijding?

Op een boerderij ligt altijd veel voer, wat ongedierte aantrekt. In de zomer werken we aan een voervoorraad voor de winter (hooi en kuilgras) en er liggen ook regelmatig biologische wortels, pompoenen of kroten op het erf. Dat voer trekt plaagdieren zoals ratten aan en die hebben we liever niet.

Plaagdieren eten een deel van het voer op. Als ze een gaatje in het plastic van het kuilgras maken, komt er lucht bij het kuilgras en is het geen goed wintervoer voor de koeien meer. Nog belangrijker is; plaagdieren kunnen ziektes voor de dieren en mensen overbrengen.

In de biologische landbouw werken we aan een gezond ecosysteem, daarom gebruiken we geen chemische bestrijdingsmiddelen. Als een knaagdier gedood is door gif en dan ergens blijft liggen, komt het gif in het ecosysteem terecht. Er zijn gelukkig natuurlijke én effectieve manieren om ongedierte van de boerderij te houden.

Biologische ongediertebestrijding op de boerderij

Stap 1 is het voorkomen van ongedierte, daarom houden we het erf van Hoeve Ackerdijk zo netjes mogelijk. Het voer wordt afgedekt en op vaste plekken gelegd, zodat het voer niet verspreid raakt.

Daarnaast maken we gebruik van een biologisch bestrijdingsplan van APC. Dit plan omvat verschillende maatregelen die roofvogels aantrekken, waardoor het aantal plaagdieren op een natuurlijke manier wordt verminderd.

APC maakt voor elk bedrijf een passend biologisch bestrijdingsplan. Zo ligt Hoeve Ackerdijk op een terp dat grotendeels omringd is door water. We weten dat ongedierte voornamelijk via land het erf opkomt, dus we richten ons vooral op het beschermen van deze toegangswegen.

Onze aanpak tegen ongedierte bestaat uit drie schillen die we rondom de boerderij creëren.

1. Buitenste schil

In de buitenste schil zaaien we verschillende soorten gras en kruiden. We kiezen grassoorten waar plaagdieren niet van houden, zoals helmgras. Ook zaaien we kruiden met geurtjes die plaagdieren afschrikken.

Bovendien trekken deze kruiden insecten aan, die op hun beurt weer een smakelijke maaltijd zijn voor vogels. Deze vogels trekken op hun beurt weer roofvogels aan die jagen op muizen en ratten.

2. Tweede schil

De tweede schil van ons bestrijdingsplan bestaat uit vogelkastjes. Deze bieden een veilig thuis aan natuurlijke vijanden van plaagdieren. De vogels schrikken ongedierte af en zorgen ervoor dat het aantal beperkt blijft, mochten ze langs de eerste schil weten te komen.

3. Binnenste schil

Als een rat of muis onverhoopt langs de eerste twee schillen komt, hebben we nog de laatste verdedigingslinie: geurkokers met aantrekkelijke geurtjes voor ongedierte. Deze kokers, samen met CO2-vallen, trekken ongedierte aan, vangen ze en brengen ze tot stilstand (met een hamer).

Wil je meer weten? Bekijk deze video waarin de mensen van APC zelf hun biologische bestrijdingsplan uitleggen.

Kom langs en ontdek het zelf!

Nu weet je waarom we vogelkastjes op de boerderij hebben en hoe we op een duurzame manier samenwerken met de natuur om ons voedsel voor de koeien te beschermen. We nodigen je uit om een bezoek te brengen aan onze boerderij en zelf te zien hoe we ons inzetten voor een gezonde en natuurlijke omgeving.

Koeien en nu ook kippen in onze wei

Met de kippenkar lopen er naast koeien, straks ook kippen in de wei. De kippen kunnen door de kar het hele jaar door vrij in de polder lopen, al hebben we het liefste dat ze achter de koeien aan scharrelen wat past bij een natuurlijke manier van boeren.

Waarom gaan koeien en kippen goed samen?

Begin oktober arriveerde de kippenkar 249, waarin 249 bruine leghennen gaan wonen. Daarmee worden we niet opeens een kippenboer. De kippen houden we erbij omdat het past in een duurzame en natuurlijke manier van boeren.

Als de koeien op een stuk land hebben gelopen, lopen ze het gras en de grond plat. Bovendien laten ze hier en daar wat koeienvlaaien achter. De kippen helpen met het opruimen van de poep en weer openmaken van de grond. Als de koeien op een stuk weiland hebben gelopen, mogen daarna de kippen vrij rondlopen in datzelfde weiland.

De kippen klauwen met hun poten tussen de koeienvlaaien naar insecten en verspreiden zo de mest over het land. De mest wordt zo beter wordt opgenomen door het gras. Bovendien klauwen en pikken de kippen graag in grond. Zo maken ze met hun poten de graszoden opener en kan het gras beter wortelen.

Het houden van de kippen in het land vinden we een mooie toevoeging aan onze manier van natuurlijk boeren.

Hoe ziet de kippenkar eruit?

De kippen gaan ’s avonds op stok in de kar, daar zijn ze veilig voor roofdieren. De mobiele kippenkar is gemaakt door WijKamp. De kar heeft zonnepanelen en is met de trekker te verplaatsen over de weilanden van de boerderij. Er is een mestband, om de kar makkelijker schoon te houden en een kleine loopband voor de eieren.

Koeien-en-kippen-samen-in-de-wei-door-kippenkar

Aan de buitenkant hangt nog een groot, uitklapbaar zonnedoek waardoor de kippen extra schaduw hebben en waar ze zich veilig onder kunnen voelen.

Op 9 oktober 2023 is de kippenkar geleverd. Een paar weken later komen de kippen en hopelijk voelen ze zich zó prettig tussen de koeien op Hoeve Ackerdijk dat ze in november de eerste eieren leggen. Volg ons op Instagram of Facebook om te zien wanneer de kippenkar door de kippen in gebruik wordt genomen.

Wil je de kippenkar of de kippen zien? Kom gerust eens bij ons kijken.

Vanaf half november liggen de eieren in onze boerderijwinkel. Je kunt dat prima combineren met een rondje langs de kalfjes en gelijk een blik op de kar in het land werpen. Liever nu al wat zien? Bekijk het account Albert Boersen, boer bij Herenboerderij de Vlinderstrik. Hij heeft een kippenkar en post regelmatig video’s van de kar en zijn kippen.

Aafke 336 en Kootje 78 – Even voorstellen

We vertellen op open dagen en op rondleidingen graag over onze boerderij. De koeien die voor de melk van onze producten zorgen stellen we niet altijd voor. Daarom vullen we de reeks ‘Even Voorstellen’ weer aan. Dit keer zijn de twee koeien die we voorstellen, Aafke 336 en Kootje 78.

8535 – Aafke 336

Net zoals Grietje 186 heeft Aafke 336 (foto rechts) ook een truukje geleerd. Ze kan de deuren van de melkput niet openkrijgen; wel kan ze aan de touwtjes in de melkput trekken. Handig, want zo komt er voer (biks) in de voerbakken.

Ze heeft een goede samenwerking met Grietje, die aan de deur aan het pielen is tot deze open is. Vervolgens stormt Aafke er achteraan om zichzelf eens lekker veel eten te geven. 

Een beetje teveel biks op 1 dag is niet zo’n probleem, maar als een koe zich echt vol eet dan komt er een soort plak pap in de pens zonder ‘structuur’ voer zoals hooi. Deze plak kunnen koeien niet verteren en ze kunnen er dan flink ziek van worden. Het lijkt dus niet zo erg, maar we letten wel streng op dat het niet gebeurd.

8884 – Kootje 78

Kootje 78 (foto links) komt uit een familielijn die het bij ons op Hoeve Ackerdijk goed doet. Haar moeder (8711) en oma (8306) lopen ook nog steeds op het erf. Deze nummers zijn het werknummer van de koeien (een soort verkort BSN). De 78 van Kootje betekent dat ze de 78e koe is uit de “Kootje” familie op Hoeve Ackerdijk. 

Kootje 78 een mix van Montbeliard en Holstein, zoals de meeste van onze koeien. Holstein koeien geven veel melk, maar hebben ook veel en hoogwaardig voer nodig om dat te doen. Dat lukt op een biologisch bedrijf simpelweg niet, daarom hebben wij ook veel Montbeliard koeien. Die geven weliswaar wat minder liters melk – maar dan wel met een hoger eiwit en vet percentage – maar het voordeel is vooral dat deze koeien het goed doen op een rantsoen van bijna uitsluitend gras. De Montbeliard koeien zijn wat robuuster en leven langer. We hopen dus nog lang met Kootje aan de slag te kunnen.

Aafke of Kootje ontmoeten?

Een rondleiding met een kleine groep is mogelijk. U kunt contact opnemen met Bas via bas @ hoeveackerdijk.nl. Ook thuis kunnen we u koeien voorstelen via de blog. Lees bijvoorbeeld over Grietje, Irene en Aafke 351.

Aafke 351 – Even voorstellen

We vertellen graag over onze boerderij en laten ook zien wat we doen. Maar we stellen onze ‘medewerkers vaak niet voor. Daarom deze reeks waarin we onze koeien aan u voorstellen. Want over iedere koe valt wel iets te vertellen. Vandaag: Aafke 351.

koe Aafke 351

8996 – Aafke “Betty” 351

Aafke was als kalf een twijfelgeval. Ze heeft een goed presterende moeder, maar die kregen we niet gemakkelijk drachtig. Dus kozen we een stier met betere vruchtbaarheidscijfers, zodat de moeder makkelijker drachtig zou kunnen worden.

Wanneer er zulke kalfjes geboren worden, gaan deze vaak naar een kalvenfokkerij, omdat het meestal geen geweldige melkkoeien worden. 

Maar, Aafke zag er wel heel schattig uit met haar egaal donkere vacht en bruine streep op de rug. Dus we namen de gok, want soms is dat ook gewoon leuk.

En Betty (naar het liedje “Black Betty” van Ram Jam, zoals boer Bas haar altijd noemt) is nu bijna 3 jaar oud, geeft prima melk in haar 1e lactatie periode en mag gewoon blijven.

Haar donkere vacht komt omdat ze voor 25 % van het ras “Brown Swiss” is, de rest is een mix van Montbeliard en Holstein.

Eerdere koeien in deze reeks zijn Grietje 186 en Irene 203 – de baas.

Aafke ontmoeten?

Een rondleiding met een kleine groep is mogelijk. U kunt contact opnemen met Bas via bas @ hoeveackerdijk.nl

Irene 203 – Even voorstellen

We vertellen graag over onze boerderij en laten ook zien wat we doen. Maar we stellen onze ‘medewerkers vaak niet voor. Daarom deze reeks waarin we onze koeien aan u voorstellen. En over iedere koe valt wel wat te vertellen. Vandaag: Irene 203.

8872 – ‘De baas’

Dit is Irene 203, ofwel de 203e uit de “Irene” familie van Hoeve Ackerdijk. Irene is de achternaam, het nummer de voornaam, en 8872 is het werknummer (of het verkorte BSN nummer van de koe, dat iedere koe in Nederland heeft). Sinds Irene 001 zijn er dus een heleboel kalfjes geboren, waarbij enkel de dames een naam krijgen, de stiertjes enkel een werknummer.

Deze Irene heeft als bijnaam ‘de baas’ gekregen, omdat ze nogal bazig is. In iedere koppel (groep) koeien is een hierarchie en per ~40 koeien is er eentje de baas. Deze staat als eerste in de melkput, zoekt het lekkerste voer uit (lees: duwt de rest weg tot ze er staat) en loopt als een van de eerste naar buiten en ook weer naar huis. De rest volgt.

Dit proces gaat niet altijd vriendelijk, er gaat nogal wat geboks aan vooraf. Zo ook bij deze dame. We waren vergeten haar als kalf te onthoornen, dus toen ze als vaars (zo heet een koe nadat ze haar eerste kalf heeft gehad) bij de koeien kwam, had ze een voordeel: als enige koe had ze hoorns. Ze stond iedere koe te pesten en dat gaf weer onrust bij de rest.

Dus toen hebben we met de veearts de hoorns weggezaagd, en twee dagen later stond ze weer onderaan de hiërarchie. Iedere koe waar ze langs liep gaf haar een paar tikken, om haar terug te pakken leek het wel. Dat was twee jaar geleden en nu staat ze toch vooraan in de koppel. Zonder hoorns, maar met karakter. Verder is ze heel lief hoor.

Eerdere koeien in deze reeks zijn Grietje 186.

Grietje 186 – Even voorstellen

We vertellen graag over onze boerderij en laten ook zien wat we doen. Maar we hebben onze ‘medewerkers’ nog niet voorgesteld. Dus bij deze; het begin van de reeks waarin we onze koeien aan u voorstellen. En over iedere koe valt wel wat te vertellen. Vandaag: Grietje 186.

8515 – Grietje 186

Dit is Grietje 186. Deze dame gaat al tien jaar mee op ons bedrijf. Ze heeft nog niet de bijnaam ‘oma’ gekregen, want er zijn nog wel tien oudere koeien op het erf. Toch valt er wel wat te vertellen, want Grietje is nogal een ondeugende koe.

Ze krijgt namelijk de deuren van de melkput open. Koeien hebben, vooral in de winter als ze op stal staan, veel tijd om de boel eens goed te bekijken en wat dingen uit te zoeken. En ze weet, “als die deur opengaat dan word ik gemolken”. Maar vooral: “als die deur opengaat dan krijg ik biks”. Ze heeft zichzelf dus ‘ge-Pavlovd’ en doet nu te pas en te onpas de deuren van de melkput open.

Op zich is dat niet erg tijdens het melken, want dan staat er toch al een rij. Maar ’s nachts als wij niet in de stal zijn, moeten de deuren nu dus op slot, omdat we anders de volgende ochtend binnenkomen met een melkput vol koeien die onrustig staan te wachten. En er meestal ook een bende van hebben gemaakt.

Kan een boer met vakantie?

Een boer werkt zeven dagen per week. In het weekend, maar ook met Kerst en op nieuwjaarsdag moeten de koeien ’s ochtends vroeg gewoon gemolken worden en gras kunnen eten. Een boer kan dus lastig met vakantie.

Vakantie bij familiebedrijven

De meeste boerderijen zijn familiebedrijven; meerdere generaties wonen en werken op het erf. Soms zijn er zelfs een opa en oma die nog meewerken. Op deze vakantiedagen doe ze de klusjes samen, zodat niemand de hele Kerst bezig is met werken. En zo kun je elkaar nog weleens vrij geven, zodat je op vakantie kunt, of naar een feestje.

Hulpboeren inhuren tijdens vakantie

Ben je als boer alleen, dan kun je een buurman vragen je te helpen, maar je kunt ook mensen inhuren. Deze hulpboeren nemen het werk dan van de boer over, zodat deze op vakantie kan. Net als andere ondernemers betekent dat wel dubbele kosten tijdens een vakantie. Bovenop de uitgaven van de camping en de uitjes, komen de kosten van de hulpboer. Je spaart het jaar door dus voor je vakantie.

Een boer moet er ook voor zorgen dat de hulpboer weet wat hij moet doen. Waar staan de trekkers, welke koeien hebben kwaaltjes en welke koe kan er een kalfje krijgen? Bovendien moet de boer vaak, zodra deze terug is van  vakantie, direct weer aan het werk. Even overleggen hoe het ’thuis ging’ terwijl je weg was, of er nieuwe koeien in de ziekenboeg zitten en dan hup, de trekker weer in of de koeien melken. Rustig een weekendje de tassen uitpakken is er vaak niet bij.

Vakantie op Hoeve Ackerdijk

Bij ons ging het ongeveer zoals hierboven beschreven. Voor de vakantie probeerde ik veel voor te bereiden, zodat mijn vader niet teveel extra werk had. Het was goed weer om te hooien tijdens mijn vakantie, dat ging gewoon door zonder mij.

Na de vakantie ging ik meteen weer aan de slag.

Koe in de sloot

Eenmaal goed uitgerust kon ik thuis vrijwel meteen weer de laarzen aantrekken: een koe in de sloot. De dag erna was er een koe die zélf de sloot was uitgekomen – dat is niet erg natuurlijk – maar dan wel aan de verkeerde kant. Die moesten we over het fietspad en de weg terug naar de boerderij brengen.

Koeien in de sloot gebeurd wel vaker. Ze hebben er geen last van, en met het weer van de afgelopen dagen is het wel verfrissend. Soms werken ze dan ook absoluut niet mee om ze er uit te krijgen.

Wist u dat koeien kunnen zwemmen? Gevaar is er dus niet, al kunnen ze na een lange tijd in water wel bekoeld of vermoeid raken. We halen ze er dus altijd meteen uit zodra we er eentje missen. Het komt ook voor dat fietsers of wandelaars langskomen om te zeggen dat er een koe in de sloot zit. Dat is hartstikke fijn.

Gelukkig hebben koeien een sterk kudde gevoel, en blijven ze vaak zo dicht mogelijk bij elkaar. Deze mevrouw liep dus mee naar huis, want daar liepen alle andere koeien al te grazen. Al wilde ze onderweg wel een paar uitstapjes maken naar lekkere plukjes gras.

Koe ophalen na de vakantie

Tweeling geboren

Wat ook doorgaat (gelukkig maar) of je nu vakantie hebt of niet, is de geboortes van kalfjes. Op zondagochtend moest ik de koeien voor het melken uit het land halen, want het was nog lekker fris en ze wilden nog 
niet de stal in. Plots stonden er tussen de melkkoeien twee kalfjes. Dichtbij de moeder, want dat is wel zo veilig.

Mama koe had helemaal zelf een tweeling gekregen, die ook al schoongelikt waren en lekker stonden te drinken. De band met de moeder was dus al goed, weinig zorgen voor ons. Behalve dan het hele stel thuis krijgen. Want kalfjes die in een weide worden geboren vinden een strohok – hoe ruim ook – toch maar klein.

Tweeling geboren tijdens vakantie

Schapen op Hoeve Ackerdijk: goedkope grasmaaiers

Op Hoeve Ackerdijk werken we voornamelijk met koeien (en kinderen), maar vroeger liepen er, zo vlakbij Rotterdam ook hordes schapen en een kleinere verzameling varkens op ons bedrijf.

Van oudsher zijn boerderijen ‘gemengde’ bedrijven. Om risico’s te spreiden was je niet alleen koeienboer, maar had je er ook wat schapen, varkens, geiten of – als de grondsoort het toelaat – akkerbouw bij. Verdiende je een jaar wat minder met de melk, dan compenseerde je dat met een andere bedrijfstak.

Gaandeweg zijn boeren zich gaan specialiseren in een dier of teelt. Een gemengd bedrijf anno 2020 is er éen met een vergaderlocatie of camping.

We hebben op Hoeve Ackerdijk de circa 80 schapen en jaarlijks 200 lammetjes verminderd tot zo’n 25 schapen. Dit jaar hebben ze samen 42 lammetjes gekregen.

De schapen op Hoeve Ackerdijk

Een schaap is een seizoensdier, ze krijgen de lammetjes in de lente. Logisch ook, want dan is er het meeste te eten in het land. Een schaap kan één tot vier lammetjes krijgen, gemiddeld twee. Als er vier lammetjes bij een schaap zitten, moeten we er eentje bijvoeren. Dat noemen we dan pap- of potlammetjes.

Paplammetjes zullen hun leven lang gemakkelijker naar je toe komen, ze hebben onthouden dat als de boer eraan komt, ze wat te eten krijgen. Sommige dingen verleer je niet.

Waarom hebben we schapen op de boerderij?

Het is moeilijk geld te verdienen met schapen, zeker als je er maar 25 hebt. Je verkoopt ze voor vlees, de wol zelf brengt eigenlijk niks op. Voor zwarte wol moeten we zelfs betalen om het kwijt te kunnen.

We laten ze aan het begin van de zomer scheren, anders is het veel te warm voor ze. Tegen de winter hebben ze alweer een lekkere vacht tegen de kou.

“Waarom houden jullie de schapen dan eigenlijk aan?” zul je denken.

Naast het plezier van lammetjes in de lente, zijn het minder kieskeurige eters dan koeien. Wat koeien aan planten en oud gras laten staan, peuzelt een schaap op. Een kudde van zo’n 20-30 schapen is handzaam en groot genoeg om ‘achter de koeien aan’ te laten grazen.

Dus waar de koeien het lekkere gras hebben opgegeten, mogen de schapen dan heen om de restjes kaal te eten. Dit geeft het grasland ruimte om nieuw, fris gras te laten opkomen.

Dat kunnen we dan weer voor wintervoer en de weidegang gebruiken. De schapen lopen het hele jaar buiten, als gratis grasmaaier onderhouden ze ons land.

Hoe maak je kruidenboter?

De Stad uit laat je zien hoe je zelf kruidenboter kunt maken, met ingrediënten uit de wei en melk van de koeien.

Ieder jaar komen Rotterdamse basisscholieren bij ons op bezoek om te kijken hoe het er op een boerderij aan toegaat.

Dit jaar kan dat vanwege de Coronamaatregelen helaas niet doorgaan, dus maakt de organisatie De Stad Uit onder andere bij ons filmpjes om die met scholieren te delen.

Zelf kruidenboter maken

In deze film zie je hoe je zelf (kruiden)boter kunt maken.

De boerderij en Corona

Werken tijdens corona: op de boerderij gaat het werk gewoon door. De koeien hebben gelukkig geen last van de ziekte. Als bedrijf hebben we minder inkomsten vanwege de zakkende melkprijs en minder rondleidingen.

Ondanks Corona lekker naar buiten

De koeien op de boerderij hebben gelukkig geen last van Corona en doen het eigenlijk best prima. De zon schijnt, het gras groeit, ze lopen nu ook een paar weken buiten. De weidegang vraagt wat voorbereiding en de eerste keer naar buiten is altijd een leuk spektakel. Nu dus voor het eerst sinds jaren zonder publiek.

Koeiendans: ze gaan voor het eerst naar buiten

Voorbereiden weidegang

Het voorbereiden van het weideseizoen start in oktober. Dan “sloten (werkwoord) we de sloten, greppelen (werkwoord) we de greppels. Dit doen we om alle regen te kunnen afvoeren van het land naar de sloten, watergangen en via gemalen de polder uit.

Zo blijft het land relatief droog en verdrinkt het gras niet. Dat zou kale plekken geven en omdat gras trager groeit dan onkruid zoals distels en zuring, krijg je een wildgroei van onkruid. Wat de koeien niet eten, de fijnproevers.

Na dit winterwerk komen we het liefst niet meer meer de trekker in het land, omdat je nogal snel sporen rijd. Deze schade is moeilijk te repareren, daarbij druk je de ondergrond vast, waardoor er minder lucht in zit en dan groeit er minder gras. Als je goed kijkt kan je de trekkersporen in veenland in de lente vaak nog zien.

Als je goed kijkt kan je de trekkersporen in veenland in de lente vaak nog zien.

Laatste voorbereiding koeiendans

Verder is het in de dagen voor de koeiendans een kwestie van paaltjes zetten met schrikdraad, zodat de koeien netjes in de percelen blijven lopen waar wij ze willen hebben. Voor koeien is het gras namelijk vaak lekkerder daar waar je net niet bij kan, of naartoe mag.

Minder inkomsten door Corona

Er is een risico dat onze melk niet opgehaald kan worden, omdat de verwerking in de fabrieken moeilijker wordt. Vooralsnog zijn daar geen tekenen voor, gelukkig. Leveranciers en afnemers blijven ook in bedrijf, we mogen dus niet klagen.

Wel zakt de melkprijs, omdat export moeilijker gaat en daardoor de vraag verminderd. Het aanbod van melk groeit nu juist, omdat koeien in de lente nu eenmaal meer melk geven. Het werk is dus hetzelfde, de inkomsten helaas niet.

Het wegvallen van rondleidingen, zorgdagen, open dagen en stageplekken is het meest opvallende verschil in onze werkweek met vorige jaren. Het is een stuk stiller op de boerderij door Corona. Overigens heeft Campina online de Thuisboerderijdagen voor de mensen die de open dagen (net als wij) missen.

Het agrarisch kinderdagverblijf

Hoe anders is het op het kinderdagverblijf. Alleen kinderen van ouders met essentiële beroepen komen naar de opvang. Dat betekent dat we maar een handvol kinderen per dag opvangen.

De leidsters blijven zoveel mogelijk thuis, om besmettingsrisico’s te voorkomen. Gelukkig denkt het personeel erg met ons mee en maken we samen voorleesfilmpjes en knutseltips. We zetten deze online om de kinderen thuis zoveel mogelijk te betrekken bij de boerderij. 

We houden de ouders op de hoogte van alle veranderingen in regelgeving en hopen iedereen snel weer te kunnen verwelkomen op de boerderij.